Dit stappenplan maakt deel uit van het Handboek omgevingsveiligheid.  Het beschrijft hoe de afstanden voor het plaatsgebonden risico moeten worden bepaald. De grenswaarden voor het plaatsgebonden risico zijn opgenomen in het BklBesluit kwaliteit leefomgeving.

Het Stappenplan Plaatsgebonden Risico kent de volgende onderdelen:
1 - Activiteiten betreffende opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines.
2 - Activiteiten betreffende het bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten.

Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Deze persoon bevindt zich onafgebroken en onbeschermd op één bepaalde plaats. De grens- en standaardwaarden voor het plaatsgebonden risico zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Deze waarden worden ruimtelijk vertaald in afstanden die tot gebouwen en locaties in acht genomen moeten worden of waarmee rekening gehouden moet worden.

Activiteiten betreffende opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines

Dit zijn de activiteiten betreffende opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines, zoals opgenomen in Bijlage VII, BklBesluit kwaliteit leefomgeving. Voor deze activiteiten is in  artikel 5.7 BklBesluit kwaliteit leefomgeving een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico opgenomen. In artikel 5.8 BklBesluit kwaliteit leefomgeving is aangegeven hoe aan de grenswaarde kan worden voldaan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen:
• Activiteiten met vastgestelde afstanden (onderdeel A en B);
• Activiteiten met bij regeling vastgestelde afstanden (onderdeel C);
• Activiteiten met te berekenen afstanden (onderdeel D en E).

Activiteiten met vastgestelde afstanden

Voor de activiteiten zoals benoemd in BklBesluit kwaliteit leefomgeving bijlage VII onderdeel A en B zijn er vaste afstanden aangegeven. Activiteiten benoemd onder A zijn activiteiten zonder vergunningplicht, zoals gasdrukregel- en meetstations en de opslag van propaan in relatief kleine opslagtanks. De afstanden voor deze activiteiten zijn opgenomen in het BalBesluit activiteiten leefomgeving. Activiteiten benoemd onder B zijn activiteiten met vergunningplicht, zoals LPG-tankstation en het opslaan van verpakte gevaarlijke stoffen (PGS 15). De afstanden hiervoor zijn opgenomen in het BklBesluit kwaliteit leefomgeving bijlage VII.

In de nota van toelichting van het BklBesluit kwaliteit leefomgeving wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat bij een activiteit een gelijkwaardige maatregel wordt getroffen die zo veilig is, dat een iets kortere afstand kan worden aangehouden dan de afstand die het BalBesluit activiteiten leefomgeving voorschrijft. Meer informatie hierover is te vinden in het stappenplan gelijkwaardigheid afstandseis.

Van de afstanden zoals opgenomen in Bijlage VII onderdeel B onder 2 en 3 kan worden afgeweken door het uitvoeren van specifieke berekeningen volgens het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid.

Activiteiten met bij regeling vastgestelde afstanden

Voor het basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals benoemd in Bijlage VII onderdeel C, zijn de afstanden voor het plaatsgebonden risico bij ministeriële regeling aangewezen en is de geometrische begrenzing vastgelegd. In module III van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid is beschreven hoe afstanden voor vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen en binnenwateren technisch kunnen worden berekend.

Activiteiten met te berekenen afstanden

Voor de activiteiten die vallen onder Bijlage VII onderdeel D en E moet de afstand voor het plaatsgebonden risico worden berekend volgens het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid. Activiteiten benoemd onder D zijn activiteiten zonder vergunningplicht, zoals windturbines (geen windpark) en buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Activiteiten benoemd onder E zijn activiteiten met vergunningplicht, zoals Seveso-inrichtingen en LNG-tankstations.

Activiteiten betreffende het bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten

Dit zijn de activiteiten betreffende het bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten, zoals benoemd in paragraaf 5.1.2.5, BklBesluit kwaliteit leefomgeving. Voor deze activiteiten zijn in artikel 5.30, respectievelijk artikel 5.34 BklBesluit kwaliteit leefomgeving grenswaarden voor het plaatsgebonden risico opgenomen vanuit een eerbiedigende werking.

Eerbiedigende werking civiele explosieaandachtsgebieden

In artikel 5.29, BklBesluit kwaliteit leefomgeving is opgenomen dat binnen een civiel explosiegebied A geen (beperkt/zeer) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties aanwezig mogen zijn. Voor activiteiten of werken die al rechtmatig op een locatie werden verricht of waren toegestaan op het moment dat artikel 5.29 in werking trad, is een eerbiedigende werking van toepassing (artikel 5.30, BklBesluit kwaliteit leefomgeving). Voor deze activiteiten en werken geldt een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico van ten hoogste één op de miljoen per jaar voor (zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties geldt een grenswaarde van ten hoogste één op de honderdduizend per jaar. De afstanden tot de grenswaarden voor het plaatsgebonden risico worden berekend volgens het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid.

Eerbiedigende werking militaire explosieaandachtsgebieden

In artikelen 5.29 en 5.33, BklBesluit kwaliteit leefomgeving is opgenomen dat binnen een militair explosiegebied A geen (beperkt/zeer) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties aanwezig mogen zijn. Voor activiteiten of werken die al rechtmatig op een locatie werden verricht of waren toegestaan op het moment dat deze artikelen in werking trad, is een eerbiedigende werking van toepassing (artikel 5.34, BklBesluit kwaliteit leefomgeving). Voor deze activiteiten en werken geldt een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico van ten hoogste één op de miljoen per jaar voor (zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties geldt een grenswaarde van ten hoogste één op de honderdduizend per jaar. De afstanden tot de grenswaarden voor het plaatsgebonden risico worden berekend volgens het Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid.