Dit stappenplan beschrijft hoe bepaald kan worden waar de begrenzing ligt van het gifwolkaandachtsgebied veroorzaakt door  een risicovolle activiteit.
Het stappenplan bepalen gifwolkaandachtsgebieden, zoals in de Omgevingsregeling per 1 januari 2021 is aangewezen, omvat de volgende onderdelen:
1 - Bepalen gifwolkaandachtsgebieden met SAFETI-NL
2 - Bepalen gifwolkaandachtsgebieden met RBMII

In het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid is per activiteit zoals genoemd in Bijlage VII van het Bkl, vastgelegd welke voorschriften, en welk rekenpakket, moeten worden toegepast. 

Voor de bescherming van mensen tijdens een calamiteit met giftige stoffen maken hulpverleners gebruik van interventiewaarden. De hoogste interventiewaarde is de Levensbedreigende Waarde, de concentratie giftige stoffen waarboven mogelijk sterfte of een levensbedreigende aandoening kan optreden. Voor het bepalen van het gifwolkaandachtsgebied wordt aangesloten bij deze Levensbedreigende Waarde (LBW).

Het gifwolkaandachtsgebied betreft de (aanvullende) bescherming voor personen in een gebouw. Daarom wordt uitgegaan van de concentratie binnenshuis. Omdat in de risicoanalyse aangenomen wordt dat door ingrijpen van de brandweer en operators het vrijkomen van gevaarlijke stoffen binnen 30 minuten sterk verminderd is, wordt uitgegaan van een blootstellingsduur van (maximaal) 30 minuten.

Dit betekent dat het gifwolkaandachtsgebied, zoals bedoeld in artikel 5.12 lid 3 Bkl, wordt begrensd door het gebied met een concentratie binnenshuis groter dan de Levensbedreigende waarde bij 30 minuten blootstelling (LBW30). Als deze afstand groter is dan 1,5 km, wordt het gifwolkaandachtsgebied beleidsmatig begrensd op een afstand van 1,5 km vanaf de locatie van de activiteit, volgens artikel 5.12 lid 4 Bkl.

Aandachtsgebieden zijn gebieden waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevaren die in de omgeving kunnen optreden. Voorbeelden zijn warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en concentratie giftige stoffen in de lucht (gifwolk).  Aandachtsgebieden maken het inzichtelijk in welk gebied zich bij een ongeval bij een activiteit met gevaarlijke stoffen nog levensbedreigende gevolgen voor personen in gebouwen kunnen voordoen. Binnen de aandachtsgebieden is extra aandacht nodig om aanwezigen te beschermen tegen mogelijke ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen.

De aandachtsgebieden maken deze gevaren zichtbaar. Voor de bepaling van de aandachtsgebieden is uitgegaan van de bescherming die nieuwbouw en reguliere rampenbestrijding biedt. De gemeente beoordeelt of, en zo ja welke maatregelen nodig zijn om mensen in aandachtsgebieden voldoende te beschermen.

Op grond van het Bkl (artikel 5.15, lid 1) moet binnen een aandachtsgebied rekening worden gehouden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar, als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit met gevaarlijke stoffen.

Het beleidsdoel van het 'aandachtsgebied' is dat voorafgaand aan besluitvorming wordt nagedacht over de risico’s en de mogelijke effecten bij een incident bij de (vergunde) activiteit met gevaarlijke stoffen; onderdeel daarvan is het overwegen van maatregelen die nodig zijn om veiligheid voldoende te waarborgen en de fysieke leefomgeving en omgevingskwaliteit (milieu en gezondheid) voldoende te beschermen.

Begrenzing aandachtsgebied (art. 5.12 Bkl)
De begrenzing van de aandachtsgebieden is daar waar mensen binnenshuis in een standaard gebouw beschermd zijn tegen de gevaren van brand, explosie en gifwolk. De begrenzing van de aandachtsgebieden is vastgesteld in het Bkl:

  • Een brandaandachtsgebied is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een plasbrand of een fakkelbrand, de warmtestraling ten hoogste 10 kW/m2 is. (Bkl artikel 5.12, lid 1).
  • Een explosieaandachtsgebied is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot:
    a. een kokende vloeistof-gasexpansie-explosie (Boiling Liquid Expanding Vapor Explosion, BLEVE), de warmtestraling ten hoogste 35 kW/m2 is, en
    b. een explosie, anders dan onder a, de overdruk ten hoogste 10 kPa is. (Bkl artikel 5.12, lid 2).
  • Een gifwolkaandachtsgebied is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een gifwolk, personen in een gebouw overlijden door blootstelling aan ten hoogste de bij ministeriële regeling bepaalde vastgestelde concentratie van een gevaarlijke stof. (Bkl artikel 5.12, lid 3).
    Een gifwolkaandachtsgebied wordt begrensd door een afstand van 1,5 km als de afstand, bedoeld in het derde lid Bkl, groter is. (Bkl artikel 5.12, lid 4)

Onderscheid binnen aandachtsgebieden
Binnen een aandachtsgebied zijn verschillende zones  te onderscheiden die bepalend kunnen zijn voor de mate waarin het bevoegd gezag van oordeel is dat het bieden van bescherming zinvol, haalbaar en betaalbaar is. In algemene zin kan worden gesteld dat de kans dat een plek getroffen wordt afneemt wanneer de afstand van de risicobron toeneemt. Ook zal de impact van de calamiteit afnemen als de  afstand tot de risicobron toeneemt. Verder is voor bescherming tegen brand en gifwolk de blootstellingduur relevant. Bij aandachtsgebieden die zijn gebaseerd op risicoberekeningen is deze informatie direct af te leiden uit de berekening en daarmee beschikbaar om te worden meegewogen bij de besluitvorming van het bevoegd gezag over het voorschriftengebied, groepsrisico en gelijkwaardige beschermende maatregelen. Bij aandachtsgebieden die beleidsmatig zijn bepaald (basisnet) of afgekapt (gifwolk) kan het bevoegde gezag er voor kiezen om door middel van een aanvullende risicoberekening de verschillende zones binnen (en buiten) het aandachtsgebied te onderscheiden.

Bepalen en bekendmaken aandachtsgebieden

Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor het bepalen en bekendmaken van aandachtsgebieden. Een aandachtsgebied geldt zodra een risicovolle activiteit (overeenkomstig een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of overeenkomstig het omgevingsplan of na een tijdig gedane melding) in werking is. Een aandachtsgebied hoeft dus niet eerst in het omgevingsplan te worden aangewezen om te gelden.

Aandachtsgebieden en het digitaal stelsel omgevingswet (DSO)

Aandachtsgebieden moeten zichtbaar zijn voor elke burger en initiatiefnemer. Uiteindelijk zullen de aandachtsgebieden digitaal worden ontsloten via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het bevoegd gezag zorgt daarvoor. Door de aandachtsgebieden op de kaart te zetten, is direct voor iedereen helder waar extra bescherming nodig kan zijn tegen brand, explosie of gifwolk.

Een gifwolkaandachtsgebied is het gebied waar de berekende concentratie van gevaarlijke stoffen in de omgeving als gevolg van een wolk met giftige stoffen, binnenshuis tot de levensbedreigende waarde (LBW) reikt. Hierbij is uitgegaan van een blootstelling van 30 minuten.

Beleidsmatig is gekozen het gifwolkaandachtsgebied te begrenzen op een afstand van 1,5 km vanaf de locatie van de activiteit.

Bepalen gifwolkaandachtsgebieden met SAFETI-NL

Indien er meerdere gifwolken worden gemodelleerd moet per insluitsysteem de afstand worden bepaald. Alle afstanden samen vormen het aandachtsgebied. Het gifwolkaandachtsgebied hoeft daarmee dus niet cirkelvormig te zijn. Het kan ook bestaan uit meerdere cirkels die niet in ieder geval aaneensluitend hoeven te zijn. Het op deze manier bepaalde gifwolkaandachtsgebied wordt gerapporteerd. Daar waar voor een activiteit de afstand tot de grens van het aandachtsgebied groter is dan 1,5 km, wordt het gifwolkaandachtsgebied beleidsmatig begrensd (artikel 5.12 lid 4 Bkl).

1. Ga uit van de scenario’s van de kwantitatieve risicoanalyse zoals opgenomen in het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid. Deze scenario’s zijn representatief voor alle mogelijke scenario’s die kunnen optreden en kunnen leiden tot levensbedreigende gevolgen in de omgeving van de activiteit. Deze scenario’s zijn ook opgenomen in de kwantitatieve risicoanalyse van de activiteit met SAFETI-NL.
N.B.: Bij SEVESO-activiteiten kan een subselectie zijn toegepast om het aantal scenario’s in de kwantitatieve risicoanalyse te beperken. De subselectie moet zo zijn uitgevoerd dat geen scenario’s wegvallen die relevant zijn voor het bepalen van aandachtsgebieden. Indien gebruik wordt gemaakt van een bestaande kwantitatieve risicoanalyse is het raadzaam om de in het verleden uitgevoerde subselectie te controleren om zeker te zijn dat alle voor aandachtsgebieden relevante insluitsystemen en stoffen zijn meegenomen in de kwantitatieve risicoanalyse.

2. Zoek in SAFETI-NL de scenario’s die het aandachtsgebied definiëren. De afstand tot de LBW buitenshuis die in het SMEZ rapport is weergegeven, vormt hiervoor, samen met de uitstroomlocatie, een goede indicatie.
N.B.: Om de LBW afstanden in de SMEZ weer te geven moet in alle scenario’s een vink worden gezet bij NLIV (1 hr)  (‘averaging time for reports’) in het tabblad Dispersion.

3. Voor het bepalen van de grootte van het gifwolkaandachtsgebied moet worden gekeken naar de grootste afstand waar de concentratie van de giftige stof gelijk is aan de Levensbedreigende Waarde bij 30 minuten blootstelling (LBW30) binnenshuis. SAFETI-NL berekent de buitenconcentratie. Daarom heeft RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu een rekensheet opgesteld waarmee de buitenconcentratie kan worden bepaald waarbij binnenshuis de LBW30 concentratie wordt bereikt. Voer de berekende buitenconcentratie in bij het scenario in het tabblad ‘Dispersion’ onder ‘Concentration of interest’. Kies hierbij de ‘Averaging time for concentration of interest’ gelijk aan de standaard waarde van de kwantitatieve risicoanalyse: ‘Toxic’ (bij 10 minuten).

 4. Vervolgens kan het scenario worden doorgerekend. De afstand kan direct afgelezen worden in twee rapporten, namelijk het rapport ‘Consequence data’ of via Reports > Consequence summary.

Opslagen met gevaarlijke stoffen in verpakking

Voor opslagen met gevaarlijke stoffen in verpakking (Bkl, Bijlage VII onderdeel A onder 11, en onderdeel B onder 3) ontstaan er mengsels van giftige verbrandingsproducten, in het bijzonder stikstofdioxide, chloorwaterstof en zwaveldioxide. In SAFETI-NL wordt het giftige mengsel aangemaakt en doorgerekend. Omdat er geen interventiewaarden zijn afgeleid voor giftige mengsels, is er voor de bepaling van de afstand van het gifwolkaandachtsgebied voor de opslagen als genoemd in Bijlage VII, onderdeel B onder 3, Bkl een aangepaste berekening nodig.

1. Ga uit van de scenario’s van de kwantitatieve risicoanalyse van de opslag met gevaarlijke stoffen in verpakking zoals opgenomen in het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid. Deze scenario’s zijn representatief voor alle mogelijke scenario’s die kunnen optreden en kunnen leiden tot levensbedreigende gevolgen in de omgeving van de opslag.

2. Bepaal welke van de stoffen stikstofdioxide, chloorwaterstof en zwaveldioxide voorkomen in het mengsel van verbrandingsproducten.

3. Kies de laagste LBW30 waarde van deze stoffen. Dit is de waarde van stikstofdioxide als er stikstofdioxide aanwezig is in het mengsel.
N.B.: Om de LBW afstanden in de SMEZ weer te geven moet in alle scenario’s een vink worden gezet bij NLIV (1 hr)  (‘averaging time for reports’) in het tabblad Dispersion.

4. Voor het bepalen van de grootte van het gifwolkaandachtsgebied moet worden gekeken naar de grootste afstand waar de concentratie van de giftige stof gelijk is aan de Levensbedreigende Waarde bij 30 minuten blootstelling (LBW30) binnenshuis. Safeti-NL berekent de buitenconcentratie. Daarom heeft RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu een rekensheet opgesteld waarmee de buitenconcentratie kan worden bepaald waarbij binnenshuis de LBW30 concentratie wordt bereikt. Voer de berekende buitenconcentratie in bij het scenario in het tabblad ‘Dispersion’ onder ‘Concentration of interest’. Kies hierbij de ‘Averaging time for concentration of interest’ gelijk aan de standaardwaarde van de kwantitatieve risicoanalyse: ‘Toxic’ (bij 10 minuten). Het volstaat hierbij alleen te rekenen met het scenario met het grootste brandoppervlak.

5. Vervolgens kan het scenario worden doorgerekend. De afstand kan direct afgelezen worden in twee rapporten, namelijk het rapport ‘Consequence data’ of via Reports > Consequence summary.

Schermafbeeldingen bepalen Gifwolkaandachtsgebied met SAFETI-NL
Aanvinken van NLIV in SAFETI-NL
Aanvinken van NLIV in SAFETI-NL
Concentration of interest in SAFETI-NL
Concentration of interest in SAFETI-NL
Consequence data uitvoer in SAFETI-NL
Consequence data uitvoer in SAFETI-NL

Bepalen gifwolkaandachtsgebieden met RBMII

Voor de bepaling van de afstand voor het explosieaandachtsgebied bij transport (Basisnet) is een berekening niet nodig. Het ministerie van IenW heeft er beleidsmatig voor gekozen geen gifwolkaandachtsgebied voor transport vast te stellen (Bkl, Bijlage VII onder C).