Dit stappenplan maakt deel uit van het Handboek omgevingsveiligheid.  Het beschrijft hoe de grens van het gifwolkaandachtsgebied veroorzaakt door een activiteit met gevaarlijke stoffen, bepaald kan worden. Het Stappenplan gifwolkaandachtsgebieden, zoals in de Omgevingsregeling per 1 januari 2022 is aangewezen, omvat de volgende onderdelen:
1 - Bereken gifwolkaandachtsgebieden met SAFETI-NL;
2 - Bereken gifwolkaandachtsgebieden met RBMII.

In het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid is per activiteit zoals genoemd in Bijlage VII en paragraaf 5.1.2.5 van het BklBesluit kwaliteit leefomgeving vastgelegd welke voorschriften en welk rekenpakket moeten worden toegepast. 

Rapporteren over aandachtsgebieden
Bij het rapporteren over aandachtsgebieden dient bij een:

  • brandaandachtsgebied duidelijk gemeld te worden of sprake is van een plasbrand of een fakkelbrand;
  • explosieaandachtsgebied duidelijk onderscheid gemaakt te worden tussen een vaste stof explosie (zoals vuurwerk), een tank-/ leidingexplosie (zoals BLEVE) of een uitwendige explosie (zoals een gaswolkexplosie);
  • gifwolkaandachtsgebied duidelijk gemeld te worden of sprake is van het ontsnappen van een giftig gas, het uitdampen van een giftige vloeistof of het ontstaan van een giftig verbrandingsproduct

De gerapporteerde informatie kan door het bevoegd gezag worden gebruikt om te beoordelen met welk type aanvullende maatregelen bescherming kan worden geboden én in hoeverre een voorgestelde maatregel zinvol, haalbaar en betaalbaar is. Het is belangrijk dat ook de informatie die is gebruikt voor het bepalen van de aandachtsgebieden beschikbaar blijft.  De beschikbaarheid van deze meer gedetailleerde informatie kan noodzakelijk  zijn voor het motiveren van een besluit over een voorschriftengebied (artikel 5.14 Bkl) of aanvullende bescherming tegen het groepsrisico (artikel 5.15 Bkl) of de gelijkwaardigheid van een maatregel (artikel 4.7 Omgevingswet).

Voor het rekenen aan aandachtsgebieden dient gebruik te worden gemaakt van de voorgeschreven rekenmethode. De rekenmethoden bieden informatie over de gevaren waartegen in een specifieke casus aanvullende bescherming nodig kan zijn. Gebruik maken van de rekenmethoden kan in een andere afstand resulteren dan de beleidsmatig bepaalde vaste aandachtsgebieden uit het BKL . Het is aan het bevoegde gezag om te motiveren hoe eventuele verschillen tussen de beleidsmatig bepaalde vaste aandachtsgebieden en de berekende afstanden worden meegewogen in de besluitvorming over de geboden bescherming of de gelijkwaardigheid van maatregelen. De artikelen 5.2, 5.14, en 5.15 Bkl en 4.7 Omgevingswet bieden het bevoegde gezag hiertoe een zekere beoordelingsvrijheid.

    Ter illustratie:
    SAFETI-NL biedt verschillende mogelijkheden om informatie te ontsluiten over scenario’s en komende updates zullen specifiek informatie bieden over de typen gevaren en scenario's. Tot die tijd kan als vuistregel worden gehanteerd dat bij het vrijkomen van een ontvlambare vloeistof uit insluitsystemen met een atmosferische druk vooral de  plasbrand relevant is, omdat een grote fakkelbrand in deze situatie meestal niet realistisch is. Bij het vrijkomen van een ontvlambare tot vloeistof verdicht gas uit een insluitsysteem is naast de fakkelbrand mogelijk ook  een plasbrand relevant.

    Bij het rapporteren van het aandachtsgebieden bepaald met CAROLA dient altijd vermeld te worden dat het gaat om een fakkelbrand.

    RBMII modelleert bij het vrijkomen van een ontvlambare vloeistof uit een atmosferische tank een plasbrand, en bij  het vrijkomen van een ontvlambare tot vloeistof verdicht gas uit een tank een fakkel.

    Aandachtsgebieden zijn gebieden waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Deze gebieden maken direct zichtbaar welke gevaren in het gebied kunnen optreden en waar minimaal aandacht moet worden besteed aan extra bescherming. Hierdoor vormt het aandachtsgebied een instrument voor bedrijf, bestuurder en burger om het gesprek over veiligheid en bescherming door maatregelen te starten.

    Hoe aandacht besteed kan worden aan extra bescherming, is vastgelegd in het BklBesluit kwaliteit leefomgeving. In het BklBesluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.15, lid 1) is aangegeven dat in het omgevingsplan binnen aandachtsgebieden rekening moet worden gehouden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar, als rechtstreeks gevolg van een ongeval, veroorzaakt door een activiteit met gevaarlijke stoffen. In het BklBesluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.15, lid 2) is ook geregeld hoe het bevoegd gezag hiermee rekening kan houden, namelijk door geen (beperkt/zeer) kwetsbare gebouwen en locaties toe te laten in het aandachtsgebied. Of, in het geval dergelijke gebouwen of locaties wel worden toegelaten, te waarborgen dat beschermingsmaatregelen zijn getroffen of door het aantal aanwezig personen of de tijd dat ze aanwezig zijn in die gebouwen of op die locaties te beperken.

    Hoe hier verder invullen aan gegeven wordt, is een bestuurlijke keuze. Het bevoegde gezag maakt en motiveert in de omgevingsvisie en het omgevingsplan een keuze over wat voldoende veilig is en hoe gezondheid en milieu worden beschermd. Ook beoordeelt het bevoegd gezag of, en zo ja welke maatregelen nodig zijn om mensen in aandachtsgebieden voldoende te beschermen. Bij deze keuzes spelen verschillende elementen mee. Meer informatie hierover is te vinden in het onderdeel Bescherming.

    De begrenzing van de aandachtsgebieden is vastgesteld in het BklBesluit kwaliteit leefomgeving

    • Een brandaandachtsgebied is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongeval dat leidt tot een plasbrand of een fakkelbrand, de warmtestraling ten hoogste 10 kW/m2 is (BklBesluit kwaliteit leefomgeving artikel 5.12, lid 1).
    • Een explosieaandachtsgebied is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongeval dat leidt tot:
      1. een kokende vloeistof-gasexpansie-explosie (Boiling Liquid Expanding Vapor Explosion, BLEVE), de warmtestraling ten hoogste 35 kW/m2 is, en.
      2. een explosie, anders dan onder a, de overdruk ten hoogste 10 kPa is. (BklBesluit kwaliteit leefomgeving artikel 5.12, lid 2).
    • Een gifwolkaandachtsgebied is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongeval dat leidt tot een gifwolk, personen in een gebouw overlijden door blootstelling aan ten hoogste de bij ministeriële regeling bepaalde vastgestelde concentratie van een gevaarlijke stof (BklBesluit kwaliteit leefomgeving artikel 5.12, lid 3). Het berekende gifwolkaandachtsgebied kan enkele kilometers groot zijn. Dit hangt samen met het soort en de hoeveelheden giftige stoffen die vrijkomen.
      Bij het besluit over een ruimtelijk ontwikkeling in de omgeving van een activiteit met gevaarlijke stoffen, is het gebied waar rekening moet worden gehouden met het groepsrisico als gevolg van een gifwolk beleidsmatig afgekapt op 1,5 km (BklBesluit kwaliteit leefomgeving artikel 5.12, lid 4). Deze beleidsmatige afkapgrens geldt alléén voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van een activiteit met gevaarlijke stoffen.
      De afkapgrens geldt dus niet voor het verlenen van de vergunning voor de activiteit met gevaarlijke stoffen zelf. Bij de beoordeling of voorschriften aan de omgevingsvergunning voor een activiteit met gevaarlijke stoffen moeten worden verbonden om de gevolgen voor de omgeving van een gifwolk te beperken, moet uitgegaan worden van het bepaalde of berekende gifwolkaandachtsgebied. Ook geldt de afkap niet bij het rekening houden met de veiligheidsrisico’s van een brand, ramp, of crisis (BklBesluit kwaliteit leefomgeving, artikel 5.2). 

    Zoals hierboven is aangegeven, worden de aandachtsgebieden begrensd door een bepaalde mate van warmtestraling, overdruk of concentratie giftige stoffen. Het is echter niet zo dat aanwezigen binnen een aandachtsgebied alleen beschermd hoeven worden tegen het gevolg dat bepalend is voor de begrenzing van het aandachtsgebied. Er kunnen ook andere gevolgen optreden. In de regel is bij een explosie bijvoorbeeld de overdruk bepalend voor de grootte van het explosieaandachtsgebied, maar er kan ook sprake zijn van warmtestraling, waardoor binnen het explosieaandachtsgebied ook hiertegen bescherming nodig is. De uitzondering op deze regel is een BLEVE. Dit is een type explosie waarbij de warmtestraling bepalend is voor de omvang van het aandachtgebied. Binnen dit aandachtsgebied kan echter ook bescherming nodig zijn tegen overdrukeffecten. Bij een brand geldt dat warmtestraling bepalend is voor de grootte van het brandaandachtsgebied, maar een fakkelbrand gaat vaak gepaard met een bepaalde mate van overdruk, waardoor hier ook tegen beschermd moet worden. 

    Onderscheid binnen aandachtsgebieden

    Binnen een aandachtsgebied zijn verschillende zones te onderscheiden. Deze zones kunnen van invloed zijn op de mate waarin het bevoegd gezag het bieden van bescherming zinvol, haalbaar en betaalbaar vindt. Over het algemeen kan er namelijk vanuit worden gegaan dat zowel de kans dat een plek getroffen wordt als de impact van het ongeval afneemt wanneer de afstand tot de risicobron toeneemt. Verder is voor bescherming tegen brand en gifwolk de blootstellingduur relevant. Deze aspecten kunnen door het bevoegd gezag worden meegewogen bij de besluitvorming over het al dan niet treffen van maatregelen om mensen in aandachtsgebieden voldoende te beschermen. Bij aandachtsgebieden die zijn gebaseerd op risicoberekeningen zijn de verschillende zones direct af te leiden uit de berekening. Bij aandachtsgebieden die beleidsmatig zijn bepaald (basisnet) of afgekapt (gifwolk) kan het bevoegde gezag er voor kiezen om door een aanvullende risicoberekening de verschillende zones binnen (en buiten) het aandachtsgebied te onderscheiden.

    Voor de bescherming van mensen tijdens een ongeval met giftige stoffen gebruiken hulpverleners interventiewaarden. De hoogste interventiewaarde is de Levensbedreigende Waarde (LBW). Dat is de concentratie giftige stoffen waarbij mensen kunnen komen te overlijden of levensbedreigende aandoeningen kunnen oplopen. Deze Levensbedreigende Waarde wordt gebruikt voor het bepalen van het gifwolkaandachtsgebied. Aandachtsgebieden maken zichtbaar waar mensen binnenshuis onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Daarom wordt voor het gifwolkaandachtsgebied uitgegaan van de concentratie giftige stoffen binnenshuis. De risicoanalyse gaat ervan uit dat door ingrijpen van de brandweer en operators na 30 minuten het vrijkomen van giftige stoffen sterk verminderd is. Voor bepaling van het gifwolkaandachtsgebied wordt daarom uitgegaan van een blootstellingsduur aan de giftige stof van (maximaal) 30 minuten. 
    Het gifwolkaandachtsgebied is daarmee het gebied waarbinnen de concentratie giftige stoffen binnenshuis groter is dan de Levensbedreigende Waarde bij 30 minuten blootstelling (LBWLevensbedreigende Waarde30). Het berekende gifwolkaandachtsgebied kan enkele kilometers groot zijn. Dit hangt samen met het soort en de hoeveelheden giftige stoffen die vrijkomen. Bij het besluit over een ruimtelijk ontwikkeling in de omgeving van een activiteit met gevaarlijke stoffen, is het gebied waar rekening moet worden gehouden met het groepsrisico als gevolg van een gifwolk beleidsmatig afgekapt op 1,5 km (BklBesluit kwaliteit leefomgeving artikel 5.12, lid 4). 

    Bereken gifwolkaandachtsgebieden met SAFETI-NL

    Voor de berekening van het gifwolkaandachtsgebied met SAFETI-NL worden de volgende stappen gevolgd:

    1. Ga uit van de scenario’s van de kwantitatieve risicoanalyse zoals opgenomen in het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid. Deze scenario’s zijn representatief voor alle mogelijke scenario’s die kunnen optreden en kunnen leiden tot levensbedreigende gevolgen in de omgeving van de activiteit met gevaarlijke stoffen. 

    N.B.: Bij SEVESO-activiteiten kan een subselectie zijn toegepast om het aantal scenario’s in de kwantitatieve risicoanalyse te beperken. Voor het bepalen van het gifwolkaandachtsgebied is het van belang dat bij de subselectie geen scenario's zijn weggevallen die relevant zijn voor het bepalen van het aandachtsgebied. Bij gebruik van een bestaande kwantitatieve risicoanalyse is het raadzaam om de in het verleden uitgevoerde subselectie te controleren. Zo kan men er zeker van zijn dat alle voor aandachtsgebieden relevante insluitsystemen en stoffen zijn meegenomen in de kwantitatieve risicoanalyse.

    2. Zoek in SAFETI-NL de scenario’s die het gifwolkaandachtsgebied definiëren. De afstand tot de LBW buitenshuis die in het SMEZ-rapport is weergegeven, vormt hiervoor, samen met de uitstroomlocatie, een goede indicatie.
    N.B.: Om de LBW afstanden in de SMEZ weer te geven moet in alle scenario’s een vink worden gezet bij NLIV (1 hr)  (‘averaging time for reports’) in het tabblad Dispersion.

    3. Om de grootte van het gifwolkaandachtsgebied te bepalen moet worden gekeken naar de grootste afstand tot waar de concentratie van de giftige stof gelijk is aan de Levensbedreigende Waarde bij 30 minuten blootstelling (LBW30) binnenshuis. SAFETI-NL berekent de concentratie buitenshuis. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft daarom een rekensheet opgesteld waarmee bepaald kan worden welke buitenconcentratie binnenshuis leidt tot de LBW30-concentratie. Voer de berekende buitenconcentratie in bij het scenario in het tabblad ‘Dispersion’ onder ‘Concentration of interest’. Kies hierbij de ‘Averaging time for concentration of interest’ gelijk aan de standaard waarde van de kwantitatieve risicoanalyse: ‘Toxic’ (bij 10 minuten).

     4. Vervolgens kan het scenario worden doorgerekend. De afstand kan direct afgelezen worden in twee rapporten, namelijk het rapport ‘Consequence data’ of via Reports > Consequence summary.

    Indien er meerdere gifwolken worden gemodelleerd moet per insluitsysteem de afstand worden bepaald. Alle afstanden samen vormen het aandachtsgebied. Het gifwolkaandachtsgebied hoeft daarmee dus niet cirkelvormig te zijn. Het kan ook bestaan uit meerdere cirkels die niet aaneensluitend hoeven te zijn. Het gifwolkaandachtsgebied dat op deze manier is bepaald, wordt gerapporteerd. Daar waar voor een activiteit de afstand tot de grens van het aandachtsgebied groter is dan 1,5 km, wordt het gifwolkaandachtsgebied voor ruimtelijke ontwikkelingen beleidsmatig begrensd (artikel 5.12 lid 4 Bkl).

    Opslagen met gevaarlijke stoffen in verpakking

    Bij opslagen met gevaarlijke stoffen in verpakking (Bkl, Bijlage VII onderdeel A onder 11, en onderdeel B onder 3) bevatten verbrandingsproducten mengsels van giftige stoffen, in het bijzonder stikstofdioxide, chloorwaterstof en zwaveldioxide. In SAFETI-NL wordt het giftige mengsel aangemaakt en doorgerekend. Voor giftige mengsels zijn geen interventiewaarden afgeleid. Om de afstand van het gifwolkaandachtsgebied te bepalen voor de opslagen als genoemd in Bijlage VII, onderdeel B onder 3, Bkl is een aangepaste berekening nodig. Deze berekening wordt uitgevoerd door onderstaande stappen te volgen. 

    1. Ga uit van de scenario’s van de kwantitatieve risicoanalyse van de opslag met gevaarlijke stoffen in verpakking zoals opgenomen in het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid. Deze scenario’s zijn representatief voor alle mogelijke scenario’s die kunnen optreden en kunnen leiden tot levensbedreigende gevolgen in de omgeving van de opslag.

    2. Bepaal welke van de stoffen stikstofdioxide, chloorwaterstof en zwaveldioxide voorkomen in het mengsel van verbrandingsproducten.

    3. Kies de laagste LBW30 waarde van deze stoffen. Dit is de waarde van stikstofdioxide als er stikstofdioxide aanwezig is in het mengsel. De analist kan hiervan gemotiveerd afwijken als de concentratie stikstofdioxide in het mengsel van verbrandingsproducten dermate laag is, dat stikstofdioxide niet bepalend is voor het aandachtsgebied. In dat geval motiveert hij de keuze van de LBW30 waarde van de stof die wel bepalend is voor het aandachtsgebied, chloorwaterstof of zwaveldioxide.
    N.B.: Om de LBW afstanden in de SMEZ weer te geven moet in alle scenario’s een vink worden gezet bij NLIV (1 hr)  (‘averaging time for reports’) in het tabblad Dispersion.

    4.  Komen er onverbrande stoffen vrij uit ADR-klasse 6.1 verpakkingsgroep  I en II, dan moet de analist gemotiveerd een LBW30 waarde afleiden op basis van de specifiek opgeslagen stoffen, dan wel gemotiveerd aangeven dat het vrijkomen van deze onverbrande stoffen niet relevant is voor het aandachtsgebied.

    5.Om de grootte van het gifwolkaandachtsgebied te bepalen, moet worden gekeken naar de grootste afstand tot waar de concentratie van de giftige stof gelijk is aan de Levensbedreigende Waarde bij 30 minuten blootstelling (LBW30) binnenshuis. Safeti-NL berekent de concentratie buitenshuis. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft daarom een rekensheet opgesteld waarmee bepaald kan worden welke buitenconcentratie binnenshuis leidt tot de LBW30-concentratie. Voer de berekende buitenconcentratie in bij het scenario in het tabblad ‘Dispersion’ onder ‘Concentration of interest’. Kies hierbij de ‘Averaging time for concentration of interest’ gelijk aan de standaardwaarde van de kwantitatieve risicoanalyse: ‘Toxic’ (bij 10 minuten). Het volstaat hierbij alleen te rekenen met het scenario met het grootste brandoppervlak.

    6. Vervolgens kan het scenario worden doorgerekend. De afstand kan direct afgelezen worden in twee rapporten, namelijk het rapport ‘Consequence data’ of via Reports > Consequence summary.

    Schermafbeeldingen bereken Gifwolkaandachtsgebied met SAFETI-NL
    Aanvinken van NLIV in SAFETI-NL
    Aanvinken van NLIV in SAFETI-NL
    Concentration of interest in SAFETI-NL
    Concentration of interest in SAFETI-NL
    Consequence data uitvoer in SAFETI-NL
    Consequence data uitvoer in SAFETI-NL

    Bereken gifwolkaandachtsgebieden met RBMII

    Voor de bepaling van de afstand voor het explosieaandachtsgebied bij transport (basisnet) is een berekening niet nodig. Het Ministerie van IenWInfrastructuur en Waterstaat heeft er beleidsmatig voor gekozen geen gifwolkaandachtsgebied voor transport vast te stellen (Bkl, Bijlage VII onder C).