Deze pagina vormt de inleiding van het Handboek omgevingsveiligheid  en bevat de volgende onderdelen:
1 - Doelen van het handboek;
2 - Wat is omgevingsveiligheid?;
3 - Omgevingsveiligheidsbeleid;
4 - Rol ministerie en rol RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Doelen van het handboek

Het Handboek Omgevingsveiligheid helpt om invulling te geven aan het omgevingsveiligheidsbeleid en heeft daarbij twee doelen:

  1. Het handboek biedt informatie over hoe het omgevingsveiligheidsbeleid is opgebouwd en wie welke rol heeft. Met deze achtergrondinformatie kunnen het bevoegd gezag, beleidsmakers en andere belanghebbenden hun keuzes rond omgevingsveiligheid inhoudelijk motiveren. Het handboek maakt geen beleidsmatige en bestuurlijke keuzes. Deze keuzes zijn de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.
  2. Het handboek biedt methoden om invulling te geven aan het omgevingsveiligheidsbeleid. Het handboek biedt bijvoorbeeld hulpmiddelen om vast te stellen of in een gebied extra aandacht nodig is voor bescherming tegen brand, explosie of gifwolk als gevolg van een mogelijk ongeval met gevaarlijke stoffen. Ook biedt het handboek handvatten om maatregelen te kiezen die gebruikt kunnen worden bij het bieden van zinvolle en haalbare bescherming. Door deze methoden vast te leggen, kunnen overal in Nederland dezelfde technische toepassingen worden gebruikt. De methoden zijn zo vorm gegeven dat ze ruimte bieden om (lokaal) beleidskeuzes te maken op basis van bijvoorbeeld de omgevingsvisie.

Het handboek kan ook worden gebruikt als inhoudelijke argumentatie bij jurisprudentie, mochten verschillen van inzicht leiden tot een rechtsgang. In de Omgevingsregeling staat welke delen van het Handboek Omgevingsveiligheid door de wetgever zijn aangewezen.

Wat is Omgevingsveiligheid?

Productie, opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen moet veilig worden uitgevoerd. Daarom zijn er op nationaal, provinciaal en lokaal niveau regels en vergunningen die daartoe verplichten. Als er toch een ongeval plaatsvindt, moet de omgeving tegen de gevolgen van een brand, explosie of gifwolk beschermd zijn. Hier richt Omgevingsveiligheid zich op door een balans te vinden tussen economische activiteiten met gevaarlijke stoffen en de inrichting van de omgeving.

De activiteit met gevaarlijke stoffen zelf is gereguleerd via een vergunning of regeling. Zo moeten bijvoorbeeld de installaties die bij de activiteit horen aan bepaalde eisen voldoen en moeten transportmiddelen veilig zijn. Het doel van deze eisen is een veilige bedrijfsvoering en het voorkomen en/of beperken van ongevallen en mogelijke gevolgen binnen en buiten de activiteit.

Omgevingsveiligheidsbeleid

In Nederland is er beperkt ruimt voor wonen én werken. Mensen willen gezond en veilig leven en bedrijven willen ruimte houden voor (economische) groei. Deze balans tussen ruimte voor ontwikkeling en het waarborgen van een veilige leefomgeving is het onderwerp van het omgevingsveiligheidsbeleid.

Omgevingsveiligheidsbeleid biedt de kaders waarmee een gebied zo ingericht kan worden dat mensen die er wonen of werken voldoende zijn beschermd bij ongevallen met gevaarlijke stoffen. De betekenis van ‘voldoende bescherming’ kan in een woonwijk anders zijn dan op een industrieterrein. Door vooraf na te denken over bescherming en doeltreffende maatregelen te nemen, kunnen mensen die in het gebied wonen of werken worden beschermd. Dit kan bijvoorbeeld door afstand te houden of mensen in het gebied de mogelijkheid te bieden om te vluchten of schuilen. Het 'plaatsgebonden risico' en 'aandachtsgebieden' zijn instrumenten van het omgevingsveiligheidsbeleid waarmee invulling gegeven wordt aan het beschermen van de omgeving.

Rol ministerie en rol RIVM

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is verantwoordelijk voor het omgevingsveiligheidsbeleid en de beleidskeuzes die daarin gemaakt worden. In opdracht van IenWministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft het RIVMRijksinstituut voor volksgezondheid en milieu het Handboek Omgevingsveiligheid geschreven. Daarmee levert het RIVMRijksinstituut voor volksgezondheid en milieu onafhankelijke kennis over omgevingsveiligheid. Deze technische kennis en wetenschappelijke inzichten kunnen worden betrokken bij het maken en uitvoeren van het beleid, bij het onderbouwen van beleidsmatige en bestuurlijke keuzes en de beantwoording van vragen. Vragen over of aanvullingen op het handboek kunt u stellen en doorgeven aan het RIVMRijksinstituut voor volksgezondheid en milieu.

Kennisvragen kunnen voortkomen uit beleidskeuzes en –belangen. Daarom dienen ‘belangen’ en ‘inhoud’ helder onderscheiden te zijn. Het is aan belanghebbenden zoals burgers, ontwikkelaars, veiligheidsregio’s, omgevingsdiensten en het bedrijfsleven om hun belangen in te brengen bij het bevoegd gezag en IenWministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De controle en validatie van de inhoudelijke methoden en informatie ligt bij het RIVMRijksinstituut voor volksgezondheid en milieu.