Doel van het Handboek

Het Handboek Omgevingsveiligheid helpt u om invulling te geven aan het omgevingsveiligheidsbeleid en heeft een tweeledig doel:

  1. Het handboek biedt informatie over hoe omgevingsveiligheidsbeleid is opgebouwd en wie welke rol heeft. Het biedt achtergrondkennis waarmee het bevoegd gezag, beleidsmakers en andere belanghebbenden hun keuzes inhoudelijk kunnen motiveren. In die zin maakt het handboek geen beleidsmatige keuzes. Beleidskeuzes zijn de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.
  2. Het handboek biedt methoden om invulling te geven aan het omgevingsveiligheidsbeleid. Zo bevat het handboek methoden om vast te stellen of in een gebied aandacht nodig is voor bescherming tegen brand, explosie of gifwolk ten gevolge van een mogelijk ongeval met gevaarlijke stoffen. Daarnaast biedt het handboek inhoudelijk aangrijpingspunten voor het selecteren van maatregelen die geschikt zijn voor het bieden van zinvolle en haalbare bescherming. Door deze methoden vast te leggen, kunnen overal in Nederland dezelfde technische toepassingen worden gebruikt. De methoden zijn zo vorm gegeven dat ze ruimte bieden om (lokaal) beleidskeuzes te maken op basis van bijvoorbeeld de omgevingsvisie.

In de Omgevingsregeling staat welke delen van het Handboek omgevingsveiligheid door de wetgever worden aangewezen. Daarnaast kan het handboek worden gebruikt als inhoudelijke argumentatie bij jurisprudentie, mochten verschillen van inzicht leiden tot een rechtsgang.

Wat is Omgevingsveiligheid?

Op nationaal, provinciaal en lokaal niveau zijn er regels en vergunningen die verplichten tot een veilige productie, opslag gebruik én vervoer van gevaarlijke stoffen. Als er toch een ongeval gebeurt, is het nodig de omgeving te beschermen tegen gevaren als brand, explosie of een gifwolk. Omgevingsveiligheid  richt zich op de balans tussen activiteiten met gevaarlijke stoffen en inrichting van de omgeving. De bescherming en eventueel te treffen maatregelen zijn op de omgeving gericht.

De activiteit met gevaarlijke stoffen zelf is gereguleerd via een vergunning of regeling. Daarbij zijn bijvoorbeeld eisen gesteld aan de veiligheid van de installaties die bij de activiteit horen of aan de transportmiddelen. Het doel van deze eisen is een veilige bedrijfsvoering en het voorkomen en/of beperken van risico’s op ongevallen en mogelijke effecten binnen en buiten de activiteit.

Omgevingsveiligheidsbeleid

In Nederland is de ruimte voor wonen én werken schaars. Mensen willen gezond en veilig leven en het bedrijfsleven wil ruimte houden voor (economische) groei. Deze balans tussen ruimte voor ontwikkeling en het waarborgen van een veilige leefomgeving is het onderwerp van omgevingsveiligheid.

Omgevingsveiligheidsbeleid biedt de kaders om een gebied zo in te kunnen richten dat mensen die er wonen of werken voldoende zijn beschermd bij ongevallen met gevaarlijke stoffen. De betekenis van ‘voldoende bescherming’ kan in een woonwijk anders zijn dan op een industrieterrein. Door vooraf na te denken en doeltreffende maatregelen te treffen, kunnen mensen die in het gebied wonen of werken worden beschermd, bijvoorbeeld door afstand te houden of mensen in het gebied de mogelijkheid te bieden om te vluchten of schuilen. In het omgevingsveiligheidsbeleid is naast het instrument plaatsgebonden risico het instrument aandachtsgebieden geplaatst om invulling te geven aan het beschermen van de omgeving.

Rol ministerie en rol RIVM

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu schrijft het Handboek omgevingsveiligheid in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (hierna IenW). IenW is verantwoordelijk voor de beleidskeuzes en de inrichting van het omgevingsveiligheidsbeleid.

De rol van het RIVM is die van onafhankelijke ‘kennisleverancier’. De technische kennis en wetenschappelijke inzichten kunnen worden betrokken bij de beleidsvorming en -uitvoering. Voor inhoudelijke aanvullingen en vragen over het Handboek kunt u bij het RIVM terecht. De door het RIVM aangeleverde informatie kan worden gebruikt ter onderbouwing van beleidsmatige keuzes en als achtergrond voor het beantwoorden van vragen.

Beleidsbesluiten en afwegingen liggen bij het bevoegd gezag en bij IenW. Aangezien achter kennisvragen belangen en beleidskeuzes schuil kunnen gaan, dienen ‘belangen’ en inhoud helder zijn te onderscheiden. Het is aan belanghebbenden zoals burgers, ontwikkelaars, veiligheidsregio’s, omgevingsdiensten en het bedrijfsleven om hun belangen in te brengen bij het bevoegd gezag en IenW.

De controle en validatie van de inhoudelijke methoden en informatie ligt bij het RIVM.