Dit stappenplan maakt deel uit van het Handboek omgevingsveiligheid en legt uit hoe aandachtsgebieden kunnen worden bepaald. 

Het stappenplan aandachtsgebieden bestaat uit de onderdelen:
1 – het bepalen van  aandachtsgebieden ten behoeve van de overgang naar de Omgevingswet; 
2 – ruimte bieden aan toekomstige activiteiten.
 

Het bevoegde gezag moet rekening houden met de mogelijke gevolgen van gevaren van activiteiten met gevaarlijke stoffen en bepalen of aanvullende bescherming nodig is voor het waarborgen van een voldoende veilige en gezonde leefomgeving. Aandachtsgebieden zijn gebieden waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het type aandachtsgebied maakt direct zichtbaar door welke gevaren (brand, explosie of gifwolk) de omgeving kan worden getroffen. Hierdoor vormt het aandachtsgebied een instrument voor bedrijf, bestuurder en burger om het gesprek over veiligheid en bescherming door maatregelen te starten. 
Hoe invulling gegeven wordt aan de bescherming binnen aandachtsgebieden, is een bestuurlijke keuze. Het bevoegde gezag maakt en motiveert in de omgevingsvisie en het omgevingsplan een keuze over wat voldoende veilig is en hoe gezondheid en milieu worden beschermd. Ook beoordeelt het bevoegd gezag of, en zo ja welke maatregelen nodig zijn om mensen in aandachtsgebieden voldoende te beschermen. Bij deze keuzes spelen verschillende elementen mee. Meer informatie hierover is te vinden in het onderdeel Bescherming.

Bepalen aandachtsgebieden ten behoeve van de overgang naar de Omgevingswet

Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden aangewezen of zijn deze afstanden te berekenen. In bijlage VII van het BklBesluit kwaliteit leefomgeving is voor een aantal activiteiten met gevaarlijke stoffen aangegeven wat de omvang van het aandachtsgebied is. Het gaat hierbij om de activiteiten bedoeld in artikel 5.13, lid 1, onder a, zoals een opslagtank voor gassen en LPG-tankstations. Voor de activiteiten bedoeld in artikel 5.13, lid 3 worden de brand- en explosieaandachtsgebieden door de wetgever aangewezen bij ministeriële regeling. Hierbij gaat het onder andere over vervoer van gevaarlijke stoffen over (spoor)wegen die behoren tot het basisnet. Voor overige activiteiten volgt de aard en omvang van de aandachtsgebieden uit een risicoberekening. Voor informatie hoe de specifieke aandachtsgebieden moeten worden berekend, wordt verwezen naar de stappenplannen brand-, explosie en gifwolkaandachtsgebieden in dit handboek.

Aandachtsgebieden voor bestaande activiteiten met gevaarlijke stoffen kunnen worden afgeleid uit de rekenbestanden die horen bij de vigerende vergunning. Bij het bepalen van aandachtsgebieden worden alle volgens de rekenvoorschriften voorgeschreven scenario's van de kwantitatieve risico-analyse meegenomen, zodat deze informatie ook beschikbaar is voor het bestuursorgaan. Hoe er vervolgens bij het bieden van bescherming in aandachtsgebieden wordt omgegaan met scenario's met 'kleine' kansen is een bestuurlijke afweging.     

Het is belangrijk dat het rekenbestand en de onderliggende aannamen afgestemd zijn op de huidige vergunning. Om dat te bereiken kunnen de volgende stappen worden doorlopen. 

  • Bepaal welk rekenbestand en rapportage bij de geldende vergunning horen en of ze binnen de vigerende vergunning passen;
  • Bepaal op basis van de geldende vergunning hoe gemeten moet worden (vanaf de terreingrens, de grens van de activiteit of vanaf de punt-/lijnbron);
  • Bepaal of gebruik van een ander rekenbestand en rapportage juridisch acceptabel is (bij lopende of voorziene vergunningprocedure).

Na de check op de juridische status kan de inhoudelijke geschiktheid voor het bepalen van aandachtsgebieden worden gecontroleerd:

  • Controleer of er inhoudelijke afwijkingen zijn tussen de juridische uitgangspunten en het rekenbestand/rapportage;
  • Ga na of stoffen een andere gevaarschatting/indeling/classificering hebben gekregen ten opzichte van de originele uitgangspunten in het rekenbestand;
  • Controleer of alle voor aandachtsgebieden relevante insluitsystemen en stoffen in het rekenbestand  zijn meegenomen;
  • Controleer of het rekenbestand en de rapportage inhoudelijke juist zijn, op basis van de standaard QRA-checklist (zie RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) website).

Op basis van de resultaten en eventuele verbeteringen van deze stappen kunnen de basisgegevens voor het berekenen van de aandachtsgebieden voor de bestaande situatie vastgesteld worden. 
 

Aandachtspunt bij het gebruik van modellen

Voor het bepalen van aandachtsgebieden wordt gebruik gemaakt van het modelinstrumentarium voor externe veiligheid. Opgelet moet worden dat een model een benadering is van de werkelijkheid. Daarbij wil het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) zoveel mogelijk gebruik maken van de stand der techniek en actuele wetenschappelijke inzichten. Het is belangrijk voorzichtig te zijn met het trekken van conclusies op basis van zo’n model; De uitkomsten hebben onzekerheidsmarges en zijn gebaseerd op enkele modelmatige uitgangspunten. Zo wordt er van uit gegaan dat ongevallen altijd na 30 minuten stoppen. Ook wordt er bij de berekening van aandachtsgebieden vanuit gegaan dat inrichting van de omgeving, waaronder de aanwezigheid van gebouwen, geen invloed heeft op het verloop van het scenario. Dit is in werkelijkheid meer complex. Dat betekent dat de aandachtsgebieden altijd moeten worden geïnterpreteerd op basis van de lokale situatie. Hoe meer bekend is over de specifieke risicobron en de omgeving, hoe beter dat het mogelijk is om daarbij aan te sluiten. De informatie uit het rekeninstrumentarium is één van de hulpmiddelen voor de bestuurlijke afweging. 

Aandachtsgebieden maken direct zichtbaar waar gevaren in het gebied kunnen optreden, zodat helder is waar aandacht moet worden besteed aan extra bescherming. Bij het toepassen van aandachtsgebieden is het belangrijk om er rekening mee te houden dat binnen en buiten aandachtsgebieden de gevaren niet overal hetzelfde zijn. Ook is het niet zo dat het op de grens van het aandachtsgebied ineens helemaal veilig is. Door dit soort verschillen weer te geven als zones kan het bevoegd gezag bijvoorbeeld beargumenteren waar ze het bieden van bescherming meer en minder zinvol, haalbaar en betaalbaar vinden. Over het algemeen neemt zowel de kans dat een plek getroffen wordt als de impact van het ongeval af wanneer de afstand tot de risicobron toeneemt. Verder is voor bescherming tegen brand en gifwolk de blootstellingduur relevant. Zeker bij gifwolken is de actuele windrichting en windsnelheid van groot belang voor hoe de gifwolk zich verspreidt.  In de praktijk  zal dus nooit het hele aandachtsgebied geraakt worden. Bij aandachtsgebieden die zijn gebaseerd op risicoberekeningen zijn de verschillende zones af te leiden uit de berekening. Ook bij aandachtsgebieden die zijn aangewezen bij ministeriële regeling  (basisnet) of afgekapt (gifwolk) kan het bevoegde gezag ervoor kiezen om door een aanvullende risicoberekening de verschillende zones binnen (en buiten) het aandachtsgebied te onderscheiden.

Ruimte bieden aan toekomstige activiteiten

Een aandachtsgebied geldt zodra een activiteit met gevaarlijke stoffen (overeenkomstig een omgevingsvergunning voor de activiteit met gevaarlijke stoffen of overeenkomstig het omgevingsplan of na een tijdig gedane melding) in werking is. Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor het bepalen van de aandachtsgebieden door middel van Bijlage VII van het BklBesluit kwaliteit leefomgeving of een berekening. 

Wanneer het omgevingsplan nieuwe (of uitbreiding van bestaande) activiteiten met gevaarlijke stoffen toestaat, is het nodig voor deze nog niet bestaande activiteiten aandachtsgebieden te bepalen. Bij het bepalen van de aandachtsgebieden voor nog niet bestaande activiteiten met gevaarlijke stoffen kunnen twee aspecten als uitgangspunt dienen: 

  1. De gewenste activiteiten in de omgeving
    De ruimte die de omgeving biedt voor activiteiten met gevaarlijke stoffen, kan als uitgangspunt dienen voor het beoordelen van nieuwe activiteiten met een aandachtsgebied. Het bevoegd gezag kan bijvoorbeeld in eigen beleid (omgevingsvisie en -plan) regels opnemen die ervoor zorgen dat nieuwe aandachtsgebieden niet mogen overlappen met gebieden waar kwetsbare bebouwing is (toegestaan). Op deze manier begrenst geplande of al aanwezige kwetsbare bebouwing in de omgeving het maximaal mogelijke aandachtsgebied en daarmee de ruimte voor toekomstige activiteiten met gevaarlijke stoffen. Het bevoegde gezag hoeft in dit geval dus nog geen concreet beeld te hebben van de toekomstige activiteit met gevaarlijke stoffen om het aandachtsgebied te bepalen. Bij een concreet initiatief voor een activiteit met gevaarlijke stoffen moet bekeken worden of het bijbehorende aandachtsgebied past binnen de reservering voor het aandachtsgebied in het omgevingsplan. Het Stappenplan besluitvorming gaat nader in op het betrekken van aandachtsgebieden bij ruimtelijke ontwikkeling en vergunningverlening.
  2. De gewenste activiteit met gevaarlijke stoffen (zoeken naar ruimte voor activiteiten met gevaarlijke stoffen) 
    De gewenste activiteit met gevaarlijke stoffen kan als uitgangspunt dienen voor het bepalen van de te reserveren omvang van het aandachtsgebied. Het bevoegde gezag moet in dit geval al een voldoende concreet beeld hebben van de gewenste activiteit met gevaarlijke stoffen op de locatie om een vaste afstand voor het aandachtsgebied te kunnen selecteren (uit Bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving) of om aandachtsgebieden te kunnen berekenen.