Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen.  Voor bestaande activiteiten kunnen de rekenbestanden vanuit de kwantitatieve risicoanalyse worden gebruikt om het aandachtsgebied te bepalen.

Aandachtsgebieden zijn gebieden waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevaren die in de omgeving kunnen optreden. Voorbeelden zijn warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en concentratie giftige stoffen in de lucht (gifwolk).  Aandachtsgebieden maken het inzichtelijk in welk gebied zich bij een ongeval bij een activiteit met gevaarlijke stoffen nog levensbedreigende gevolgen voor personen in gebouwen kunnen voordoen. Binnen de aandachtsgebieden is extra aandacht nodig om aanwezigen te beschermen tegen mogelijke ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen.

De aandachtsgebieden maken deze gevaren zichtbaar. Voor de bepaling van de aandachtsgebieden is uitgegaan van de bescherming die nieuwbouw en reguliere rampenbestrijding biedt. De gemeente beoordeelt of, en zo ja welke maatregelen nodig zijn om mensen in aandachtsgebieden voldoende te beschermen.

Op grond van het Bkl (artikel 5.15, lid 1) moet binnen een aandachtsgebied rekening worden gehouden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar, als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit met gevaarlijke stoffen.

Het beleidsdoel van het 'aandachtsgebied' is dat voorafgaand aan besluitvorming wordt nagedacht over de risico’s en de mogelijke effecten bij een incident bij de (vergunde) activiteit met gevaarlijke stoffen; onderdeel daarvan is het overwegen van maatregelen die nodig zijn om veiligheid voldoende te waarborgen en de fysieke leefomgeving en omgevingskwaliteit (milieu en gezondheid) voldoende te beschermen.

Begrenzing aandachtsgebied (art. 5.12 Bkl)
De begrenzing van de aandachtsgebieden is daar waar mensen binnenshuis in een standaard gebouw beschermd zijn tegen de gevaren van brand, explosie en gifwolk. De begrenzing van de aandachtsgebieden is vastgesteld in het Bkl:

  • Een brandaandachtsgebied is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een plasbrand of een fakkelbrand, de warmtestraling ten hoogste 10 kW/m2 is. (Bkl artikel 5.12, lid 1).
  • Een explosieaandachtsgebied is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot:
    a. een kokende vloeistof-gasexpansie-explosie (Boiling Liquid Expanding Vapor Explosion, BLEVE), de warmtestraling ten hoogste 35 kW/m2 is, en
    b. een explosie, anders dan onder a, de overdruk ten hoogste 10 kPa is. (Bkl artikel 5.12, lid 2).
  • Een gifwolkaandachtsgebied is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een gifwolk, personen in een gebouw overlijden door blootstelling aan ten hoogste de bij ministeriële regeling bepaalde vastgestelde concentratie van een gevaarlijke stof. (Bkl artikel 5.12, lid 3).
    Een gifwolkaandachtsgebied wordt begrensd door een afstand van 1,5 km als de afstand, bedoeld in het derde lid Bkl, groter is. (Bkl artikel 5.12, lid 4)

Onderscheid binnen aandachtsgebieden
Binnen een aandachtsgebied zijn verschillende zones  te onderscheiden die bepalend kunnen zijn voor de mate waarin het bevoegd gezag van oordeel is dat het bieden van bescherming zinvol, haalbaar en betaalbaar is. In algemene zin kan worden gesteld dat de kans dat een plek getroffen wordt afneemt wanneer de afstand van de risicobron toeneemt. Ook zal de impact van de calamiteit afnemen als de  afstand tot de risicobron toeneemt. Verder is voor bescherming tegen brand en gifwolk de blootstellingduur relevant. Bij aandachtsgebieden die zijn gebaseerd op risicoberekeningen is deze informatie direct af te leiden uit de berekening en daarmee beschikbaar om te worden meegewogen bij de besluitvorming van het bevoegd gezag over het voorschriftengebied, groepsrisico en gelijkwaardige beschermende maatregelen. Bij aandachtsgebieden die beleidsmatig zijn bepaald (basisnet) of afgekapt (gifwolk) kan het bevoegde gezag er voor kiezen om door middel van een aanvullende risicoberekening de verschillende zones binnen (en buiten) het aandachtsgebied te onderscheiden.

Bepalen en bekendmaken aandachtsgebieden

Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor het bepalen en bekendmaken van aandachtsgebieden. Een aandachtsgebied geldt zodra een risicovolle activiteit (overeenkomstig een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of overeenkomstig het omgevingsplan of na een tijdig gedane melding) in werking is. Een aandachtsgebied hoeft dus niet eerst in het omgevingsplan te worden aangewezen om te gelden.

Aandachtsgebieden en het digitaal stelsel omgevingswet (DSO)

Aandachtsgebieden moeten zichtbaar zijn voor elke burger en initiatiefnemer. Uiteindelijk zullen de aandachtsgebieden digitaal worden ontsloten via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het bevoegd gezag zorgt daarvoor. Door de aandachtsgebieden op de kaart te zetten, is direct voor iedereen helder waar extra bescherming nodig kan zijn tegen brand, explosie of gifwolk.

Aandachtsgebieden kunnen worden afgeleid uit de rekenbestanden die zijn gemaakt voor de berekening van het plaatsgebonden risico.  Om ervoor te zorgen dat het rekenbestand en de onderliggende aannamen afgestemd zijn op de vergunde situatie , kunnen de volgende stappen doorlopen worden:

  • Bepaal welk rekenbestand en rapportage hoort bij de vigerende vergunning en bepaal of het rekenbestand en de rapportage binnen de vigerende vergunning past;
  • Bepaal op basis van de vigerende vergunning hoe gemeten moet worden (vanaf de terreingrens, de grens van de activiteit of vanaf de punt-/lijnbron);
  • Bepaal of gebruik van een ander rekenbestand en rapportage juridisch acceptabel is (bij lopende of voorziene vergunningprocedure).

Na de check op de juridische status, kan de inhoudelijke geschiktheid voor het bepalen van aandachtsgebieden worden gecontroleerd:

  • Controleer op eventuele inhoudelijke afwijkingen tussen de juridische uitgangspunten en het rekenbestand/rapportage;
  • Ga na of er stoffen zijn die qua gevaarschatting/indeling/classificering zijn aangepast ten opzichte van de originele uitgangspunten in het rekenbestand;
  • Controleer de eventueel uitgevoerde subselectie van de insluitsystemen (zijn alle voor aandachtsgebieden relevante insluitsystemen en stoffen meegenomen?);
  • Controleer de inhoudelijke juistheid van het rekenbestand en de rapportage op basis van de standaard QRA-checklist (zie RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu website).

Met het vastleggen van de resultaten van deze stappen en het uitvoeren van eventuele verbeteringen, leiden deze stappen tot de basisgegevens voor het berekenen of bepalen van de aandachtsgebieden.

Twee methoden voor het bepalen van aandachtsgebieden

Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor het bepalen van aandachtsgebieden. Als het bevoegde gezag aandachtgebieden wil bepalen voor risicovolle activiteiten kan dit op twee manieren, namelijk:

  1. Vaststellen van aandachtgebieden op basis van de gewenste milieubelastende activiteiten
    Deze aanpak gaat er vanuit dat op basis van voorgenomen activiteiten op basis van bijlage VII van het Bkl aandachtsgebieden worden bepaald. Dit betekent dat het bevoegde gezag al een voldoende concreet beeld moet hebben van de milieubelastende activiteit om een vaste afstand te selecteren (uit Bijlage VII van het BKL) of om aandachtsgebieden te berekenen, zie hiervoor de stappenplannen voor het berekenen van het brand-, explosie- of gifwolkaandachtsgebied.
  2. Vaststellen van aandachtgebieden op basis van de ruimte die de omgeving biedt
    Deze aanpak gaat er vanuit dat de plekken in de omgeving van de geplande milieubelastende activiteit waar al kwetsbare bebouwing aanwezig of gepland is, dienen als begrenzing van toekomstige aandachtsgebieden. Dit betekent dat het bevoegde gezag onvoldoende beeld heeft van de toekomstige milieubelastende activiteit om al gebruik te maken van bijlage VII van het Bkl of om aandachtsgebieden te berekenen. In dergelijke gevallen kan de omgeving waarin de toekomstige milieubelastende activiteit(en) moeten worden ingepast als vertrekpunt worden gehanteerd.

    Het bevoegd gezag kan er voor kiezen om in eigen beleid (omgevingsvisie en omgevingsplan) de ruimte voor aandachtsgebieden die horen bij nieuwe milieubelastende activiteiten te beperken. Dit kan bijvoorbeeld door regels in het omgevingsplan op te nemen waarmee wordt geborgd dat nieuwe aandachtsgebieden niet komen te liggen over plekken waar kwetsbare bebouwing is toegestaan. In essentie beperkt het bevoegd gezag hiermee de mogelijke milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen. Met behulp van bijlage VII van het Bkl (of de rekenmethodiek voor het bepalen van brand, explosie of gifwolkaandachtsgebieden) kan worden bepaald welke milieubelastende activiteiten passen binnen de ruimte die het omgevingsplan biedt.

Het Stappenplan omgevingsveiligheid in ruimtelijke ontwikkeling én vergunningverlening gaat nader in op het betrekken van aandachtsgebieden bij ruimtelijke ontwikkeling en vergunningverlening.

Nog niet bestaande milieubelastende activiteit

Het kan nodig zijn om een aandachtsgebied vast te stellen van een nog niet bestaande milieubelastende activiteit met gevaarlijk stoffen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het omgevingsplan nieuwe (of uitbreiding van bestaande) milieubelastende activiteiten toestaat en het bevoegd gezag hier rekening mee wil houden voor de omgeving. Concrete voorbeelden van dergelijke situaties zijn nieuwbouw in de buurt van een nog niet volledig gevuld bedrijventerrein of langs een gereserveerde buisleidingenstrook.
Het omgevingsplan bepaalt welke milieubelastende activiteiten op een bepaalde locatie zijn toegestaan. Hoe concreter de omschrijving van de milieubelastende activiteit, hoe beter het mogelijk is om aannames te doen over de aandachtsgebieden die horen bij de milieubelastende activiteiten die het omgevingsplan mogelijk maakt.