Dit rekenvoorschrift maakt deel uit van het Handboek omgevingsveiligheid. Het is een technisch hulpmiddel bij het berekenen van het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden.

Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Deze persoon bevindt zich onafgebroken en onbeschermd op één bepaalde plaats. De grens- en standaardwaarden voor het plaatsgebonden risico zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Deze waarden worden ruimtelijk vertaald in afstanden die tot gebouwen en locaties in acht genomen moeten worden of waarmee rekening gehouden moet worden.

Het bevoegde gezag moet rekening houden met de mogelijke gevolgen van gevaren van activiteiten met gevaarlijke stoffen en bepalen of aanvullende bescherming nodig is voor het waarborgen van een voldoende veilige en gezonde leefomgeving. Aandachtsgebieden zijn gebieden waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het type aandachtsgebied maakt direct zichtbaar door welke gevaren (brand, explosie of gifwolk) de omgeving kan worden getroffen. Hierdoor vormt het aandachtsgebied een instrument voor bedrijf, bestuurder en burger om het gesprek over veiligheid en bescherming door maatregelen te starten. 
Hoe invulling gegeven wordt aan de bescherming binnen aandachtsgebieden, is een bestuurlijke keuze. Het bevoegde gezag maakt en motiveert in de omgevingsvisie en het omgevingsplan een keuze over wat voldoende veilig is en hoe gezondheid en milieu worden beschermd. Ook beoordeelt het bevoegd gezag of, en zo ja welke maatregelen nodig zijn om mensen in aandachtsgebieden voldoende te beschermen. Bij deze keuzes spelen verschillende elementen mee. Meer informatie hierover is te vinden in het onderdeel Bescherming.

 

Berekenen plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden

Om de afstanden voor het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden te berekenen, wordt het Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid gebruikt. Dit is benoemd in Bijlage VII en in paragraaf 5.1.2.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving ( Bkl Besluit kwaliteit leefomgeving (Besluit kwaliteit leefomgeving )). De stappenplannen voor de bepaling van het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden voor brand, explosie en gifwolk beschrijven hoe het Rekenvoorschrift moet worden toegepast. Deze stappenplannen zijn in de Omgevingsregeling aangewezen. 

Het Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid is aangewezen in de Omgevingsregeling vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking treedt.

De verschillende modules van het rekenvoorschrift
Het Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid bestaat uit verschillende delen (modules) die aansluiten bij de specifieke eigenschappen van de activiteiten. Naast de modules is er ook een toelichting met wetenschappelijke onderbouwing, achtergrondinformatie over de softwarepakketten en aanvullende informatie. In de onderstaande tabel staan de modules en de bijbehorende rekenpakketten vermeld.

Activiteit

Module

Benoemd in

Rekenpakket

  Toelichting*    

Seveso-inrichtingen en bedrijven waar risicovolle activiteiten plaatsvinden

Module I (basisvoorschriften) + Module II (aanvullende voorschriften)

Bijlage VII van het Bkl, onderdeel A + B en E lid 2 t/m 13

Safeti-NL versie 8

Transport

Module III*

Bijlage VII van het Bkl, onderdeel C

RBM II

Windturbines

Module IV

Bijlage VII van het Bkl, onderdelen D lid 1 en E lid 1

 

Buisleidingen

Module V

Bijlage VII van het Bkl, onderdeel D lid 2

Safeti-NL versie 8

CAROLA versie 1.0.0

Opslag van ontplofbare stoffen

Module VI*

Paragraaf  5.1.2.5 van het Bkl

 

* De gemarkeerde rekenvoorschriften en de toelichting zijn niet aangewezen in de Omgevingswet