Het plaatsgebonden risico is de kans dat gedurende een periode van één jaar een persoon het slachtoffer wordt van een ongeval, waarbij die persoon zich permanent en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt. Vaak (ook in dit Handboek) wordt de kans van een voorval in een jaar vervangen door de frequentie van een voorval in een jaar.

Aandachtsgebieden zijn gebieden waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevaren die in de omgeving kunnen optreden. Voorbeelden zijn warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en concentratie giftige stoffen in de lucht (gifwolk).  Aandachtsgebieden maken het inzichtelijk in welk gebied zich bij een ongeval bij een activiteit met gevaarlijke stoffen nog levensbedreigende gevolgen voor personen in gebouwen kunnen voordoen. Binnen de aandachtsgebieden is extra aandacht nodig om aanwezigen te beschermen tegen mogelijke ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen.

De aandachtsgebieden maken deze gevaren zichtbaar. Voor de bepaling van de aandachtsgebieden is uitgegaan van de bescherming die nieuwbouw en reguliere rampenbestrijding biedt. De gemeente beoordeelt of, en zo ja welke maatregelen nodig zijn om mensen in aandachtsgebieden voldoende te beschermen.

Op grond van het Bkl (artikel 5.15, lid 1) moet binnen een aandachtsgebied rekening worden gehouden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar, als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit met gevaarlijke stoffen.

Het beleidsdoel van het 'aandachtsgebied' is dat voorafgaand aan besluitvorming wordt nagedacht over de risico’s en de mogelijke effecten bij een incident bij de (vergunde) activiteit met gevaarlijke stoffen; onderdeel daarvan is het overwegen van maatregelen die nodig zijn om veiligheid voldoende te waarborgen en de fysieke leefomgeving en omgevingskwaliteit (milieu en gezondheid) voldoende te beschermen.

Voor de te berekenen afstanden voor het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden, zoals benoemd in Bijlage VII en in paragraaf 5.1.2.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt gebruik gemaakt van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid. De in de Omgevingsregeling aangewezen stappenplannen voor de bepaling van het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden voor brand, explosie en gifwolk beschrijven hoe het Rekenvoorschrift moet worden toegepast.

Het Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid is per 1 januari 2021 is aangewezen in de Omgevingsregeling.

De modules van het Rekenvoorschrift worden in 2019 gevuld met de betreffende onderdelen vanuit de handleidingen risicoberekeningen voor inrichtingen, buisleidingen en transport en het rekenvoorschrift voor windturbines en voor explosieven.

Onderverdeling rekenvoorschrift

Het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid is onderverdeeld in verschillende technische modules om aan te sluiten bij de specifieke eigenschappen van de activiteiten. De modules betreffen:

1. voor de verschillende activiteiten uit Bijlage VII van het Bkl, zoals benoemd in:

  • onderdeel A, de basisvoorschriften uit Module I, waarbij in Module II per activiteit in aanvulling op Module I nadere voorschriften zijn opgenomen;
  • onderdeel B, de basisvoorschriften uit Module I, waarbij in Module II per activiteit in aanvulling op Module I nadere voorschriften zijn opgenomen;
  • onderdeel C, de voorschriften uit Module III, waarbij per onderdeel van het basisnet tevens nadere voorschriften zijn opgenomen;
  • onderdeel D lid 1, de voorschriften uit Module IV;
  • onderdeel D lid 2, de voorschriften uit Module V;
  • onderdeel E lid 1, de voorschriften uit Module IV;
  • onderdeel E lid 2 t/m 13, de basisvoorschriften uit Module I, waarbij in Module II per activiteit in aanvulling op Module I nadere voorschriften zijn opgenomen.

2. voor de verschillende activiteiten uit paragraaf 5.1.2.5 van het Bkl:

  • de voorschriften uit Module VI.
Uitvoering rekenvoorschrift

Voor uitvoering van de voorschriften uit het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid, wordt gebruik gemaakt van rekenpakketten.
Namelijk voor activiteiten zoals benoemd in Bkl Bijlage VII,

  • onderdeel A, B, D lid2, E lid 2 t/m 13, Safeti-NL versie 8.1;
  • onderdeel C, RBM II versie 2.3.0;
  • onderdeel D lid 1, E lid 1, <Rekensysteem windturbines, versie>;
  • onderdeel D lid 2, CAROLA versie 1.0.0.

Deze rekenpakketten maken integraal onderdeel uit van het Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid.