Dit stappenplan maakt deel uit van het Handboek omgevingsveiligheid. Het is een technisch hulpmiddel bij het berekenen van het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. 

 Het stappenplan rekenvoorschrift kent de volgende onderdelen:
1 – berekenen plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden;
2 – onderverdeling rekenvoorschrift;
3 – uitvoering rekenvoorschrift.

Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Deze persoon bevindt zich onafgebroken en onbeschermd op één bepaalde plaats. De grens- en standaardwaarden voor het plaatsgebonden risico zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Deze waarden worden ruimtelijk vertaald in afstanden die tot gebouwen en locaties in acht genomen moeten worden of waarmee rekening gehouden moet worden.

Aandachtsgebieden zijn gebieden waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Deze gebieden maken direct zichtbaar welke gevaren in het gebied kunnen optreden en waar minimaal aandacht moet worden besteed aan extra bescherming. Hierdoor vormt het aandachtsgebied een instrument voor bedrijf, bestuurder en burger om het gesprek over veiligheid en bescherming door maatregelen te starten.

Hoe aandacht besteed kan worden aan extra bescherming, is vastgelegd in het BklBesluit kwaliteit leefomgeving. In het BklBesluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.15, lid 1) is aangegeven dat in het omgevingsplan binnen aandachtsgebieden rekening moet worden gehouden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar, als rechtstreeks gevolg van een ongeval, veroorzaakt door een activiteit met gevaarlijke stoffen. In het BklBesluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.15, lid 2) is ook geregeld hoe het bevoegd gezag hiermee rekening kan houden, namelijk door geen (beperkt/zeer) kwetsbare gebouwen en locaties toe te laten in het aandachtsgebied. Of, in het geval dergelijke gebouwen of locaties wel worden toegelaten, te waarborgen dat beschermingsmaatregelen zijn getroffen of door het aantal aanwezig personen of de tijd dat ze aanwezig zijn in die gebouwen of op die locaties te beperken.

Hoe hier verder invullen aan gegeven wordt, is een bestuurlijke keuze. Het bevoegde gezag maakt en motiveert in de omgevingsvisie en het omgevingsplan een keuze over wat voldoende veilig is en hoe gezondheid en milieu worden beschermd. Ook beoordeelt het bevoegd gezag of, en zo ja welke maatregelen nodig zijn om mensen in aandachtsgebieden voldoende te beschermen. Bij deze keuzes spelen verschillende elementen mee. Meer informatie hierover is te vinden in het onderdeel Bescherming.

Berekenen plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden

Om de afstanden voor het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden te berekenen, wordt het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid gebruikt. Dit is benoemd in Bijlage VII en in paragraaf 5.1.2.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De stappenplannen voor de bepaling van het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden voor brand, explosie en gifwolk beschrijven hoe het Rekenvoorschrift moet worden toegepast. Deze stappenplannen zijn inde Omgevingsregeling aangewezen. 

Het Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid is per 1 januari 2022 aangewezen in de Omgevingsregeling.

De modules van het Rekenvoorschrift worden in 2020 stapsgewijs gevuld met de betreffende onderdelen vanuit de handleidingen risicoberekeningen voor inrichtingen, buisleidingen en transport en het rekenvoorschrift voor windturbines en voor explosieven.

Onderverdeling rekenvoorschrift

Het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid is onderverdeeld in verschillende technische modules inclusief een toelichting hierop om aan te sluiten bij de specifieke eigenschappen van de activiteiten. De modules betreffen:

1. voor de verschillende activiteiten uit Bijlage VII van het Bkl, zoals benoemd in:

  • onderdeel A, de basisvoorschriften uit Module I, waarbij in Module II per activiteit in aanvulling op Module I nadere voorschriften zijn opgenomen;
  • onderdeel B, de basisvoorschriften uit Module I, waarbij in Module II per activiteit in aanvulling op Module I nadere voorschriften zijn opgenomen;
  • onderdeel C, de voorschriften uit Module III, waarbij per onderdeel van het basisnet tevens nadere voorschriften zijn opgenomen;
  • onderdeel D lid 1, de voorschriften uit Module IV;
  • onderdeel D lid 2, de voorschriften uit Module V;
  • onderdeel E lid 1, de voorschriften uit Module IV;
  • onderdeel E lid 2 t/m 13, de basisvoorschriften uit Module I, waarbij in Module II per activiteit in aanvulling op Module I nadere voorschriften zijn opgenomen.

2. voor de verschillende activiteiten uit paragraaf 5.1.2.5 van het Bkl:

  • de voorschriften uit Module VI.
Uitvoering rekenvoorschrift

Voor uitvoering van de voorschriften uit het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid wordt gebruik gemaakt van verschillende rekenpakketten.
Voor activiteiten zoals benoemd in Bkl Bijlage VII,

  • onderdeel A, B, D lid2, E lid 2 t/m 13, Safeti-NL versie 8.1;
  • onderdeel C, RBM II versie 2.3.0;
  • onderdeel D lid 2, CAROLA versie 1.0.0.

Deze rekenpakketten maken integraal onderdeel uit van het Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid.