Het bevoegd gezag kan verschillende maatregelen treffen om mensen te beschermen tegen brand, explosie of gifwolk. Dit deel van het handboek geeft voorbeelden van mogelijke (type) maatregelen. 

Dit deel van het handboek bevat de volgende onderdelen:
1 - toepasbaarheid van maatregelen;
2 - generieke maatregelen;
3 - maatregelen tegen brand;
4 - maatregelen tegen explosie;
5 -
maatregelen tegen gifwolk.

Toepasbaarheid van maatregelen

Er zijn verschillende soorten maatregelen te nemen die mensen bescherming bieden tegen brand, explosie en/of gifwolk. Deze maatregelen kunnen zowel bestaan uit aanpassingen van de omgeving (omgevingsmaatregelen) als van gebouwen (bouwmaatregelen). Daarnaast kan een maatregel bescherming bieden tegen één of meerdere gevaren. Welke maatregelen het meest geschikt zijn om bescherming te bieden, hangt samen met meerdere aspecten. Deze aspecten worden hieronder toegelicht. Voor meer informatie over het komen tot bescherming wordt verwezen naar het onderdeel Bescherming van dit handboek. 

Het bevoegd gezag bepaalt wanneer een situatie ‘voldoende veilig’ is. Of en hoe bescherming wordt geboden, is daarmee een bestuurlijke keus. Dit is van invloed op welke maatregelen worden ingezet. In het stappenplan besluitvorming wordt nader ingegaan op de afwegingen hoe de veiligheid voldoende kan worden gewaarborgd.

Welke maatregelen effectief zijn voor het bieden van bescherming, wordt bepaald door het type gevaar waartegen aanwezigen beschermd moeten worden. Immers, bescherming tegen brand vraagt om andere maatregelen dan bescherming tegen een explosie of een gifwolk. Daarnaast zijn de specifieke kenmerken van het gevaar en de locatie van belang. Het gaat hierbij om het specifieke scenario waar bescherming tegen geboden wordt, maar ook de intensiteit van de gevaren binnen een aandachtsgebied (en daarbuiten). Warmtestraling is dichter bij een brand bijvoorbeeld doorgaans hoger dan aan de rand van het aandachtsgebied. De effectiviteit van maatregelen kan daarmee aan de rand van een aandachtsgebied anders zijn dan dichter bij de locatie van het ongeval.

Ook kunnen er bij ongevallen op sommige locaties meerdere gevaren tegelijk optreden. Dit is het geval bij activiteiten met gevaarlijke stoffen die kunnen leiden tot combinaties van bijvoorbeeld brand en explosie of explosie en gifwolk. Daardoor kunnen beschermingsmaatregelen waarvan verondersteld wordt dat die er standaard zijn, mogelijk niet meer aanwezig zijn. Door een explosie kan er bijvoorbeeld sprake zijn van ruitbreuk. Gaat de explosie gepaard met een gifwolk, dan zijn mensen in gebouwen na een explosie en het breken van ruiten minder of niet meer beschermd tegen het binnendringen van de gifwolk.

 
Aandachtsgebied          Scenario Maatregelen gericht op bescherming tegen
Brand

Fakkelbrand

Plasbrand

Warmtestraling
Explosie Explosie Impact van de drukgolf (impuls en overdruk) en scherfwerking/vliegvuil
 

BLEVE

Impact van de drukgolf en scherfwerking/vliegvuil gecombineerd met kortdurende warmtestraling
Gifwolk Wolk van giftig gas-/verbrandingsproduct Blootstelling aan (dosis) giftige stof
  Uitdamping uit vloeistofplas Bloostelling aan (dosis) giftige stof

Ook de keuze tussen vluchten of (langdurig) schuilen van aanwezige personen stelt andere eisen aan de in een gebied te nemen maatregelen. Als mensen tijdens een ongeval het gebied moeten kunnen ontvluchten, is het bijvoorbeeld belangrijk dat er goede, veilige vluchtroutes zijn. Wordt van mensen verwacht dat zij schuilen, dan moet een gebouw zodanig bescherming bieden en ingericht zijn dat deze een veilige haven biedt. Het bevoegd gezag kan aan de hand van een aantal vragen nagaan welk handelingsperspectief (dekking zoeken, vluchten of langdurig schuilen) het meest effectief is. Hiermee kunnen de maatregelen geselecteerd worden die het best invulling geven aan het handelingsperspectief.

 

 

  Maatstaf Dekking zoeken Vluchten  Schuilen
Tijd Waarschuwing Weten mensen op tijd dat ze dekking moeten zoeken en hebben ze hier voldoende tijd voor? Weten mensen op tijd dat ze moeten vluchten  en hebben ze hier voldoende tijd voor? Weten mensen op tijd dat ze moeten schuilen en hebben ze hier voldoende tijd voor?
  Blootstelling Hoe lang moeten mensen dekking zoeken voordat ze voldoende veilig kunnen vluchten? Hoe lang worden mensen op de vluchtroute blootgesteld aan het gevaar? Hoe lang moeten mensen schuilen voordat het buiten weer voldoende veilig is?
Capaciteit Omvang Kunnen alle mensen die dekking zoeken terecht op de beoogde locatie? Is de vluchtroute geschikt voor het aantal mensen dat moet vluchten? Kunnen alle mensen die moeten schuilen terecht op de beoogde locatie?
Bereikbaarheid Toegankelijkheid Biedt de omgeving mogelijkheden om effectief dekking te zoeken? Is de vluchtroute toegankelijk voor iedereen die er gebruik van moet maken? Is de beoogde locatie direct toegankelijk voor degenen die er moeten schuilen?
Gevaar   Maatstaf Dekking zoeken Vluchten Schuilen
Brand Warmtestraling Blijft de warmtestraling in de (totale) voorziene verblijfstijd van mensen onder de maximaal acceptabele stralingswarmte? Houd rekening met het onderscheid tussen kinderen en volwassenen. Blijft de warmtestraling in de (totale) voorziene vluchttijd van mensen onder de maximaal acceptabele stralingswarmte? Houd rekening met het onderscheid tussen kinderen en volwassenen. Blijft de warmtestraling in de (totale) voorziene verblijfstijd van mensen onder de maximaal acceptabele stralingswarmte? Houd rekening met het onderscheid tussen kinderen en volwassenen.
  Temperatuur Blijft de temperatuur in de (totale) voorziene verblijfstijd van mensen onder de maximaal acceptabele temperatuur? Houd rekening met het onderscheid tussen kinderen en volwassenen. Blijft de temperatuur in de (totale) voorziene vluchttijd van mensen onder de maximaal acceptabele temperatuur? Houd rekening met het onderscheid tussen kinderen en volwassenen. Blijft de temperatuur in de (totale) voorziene verblijfstijd van mensen onder de maximaal acceptabele temperatuur? Houd rekening met het onderscheid tussen kinderen en volwassenen.
  Vlamcontact Is te voorkomen dat mensen in contact komen met vlammen? Is te voorkomen dat mensen in contact komen met vlammen? Is te voorkomen dat mensen in contact komen met vlammen?

 

Gevaar Maatstaf Dekking zoeken Vluchten Schuilen 
Explosie Overdruk Een mens kan meer druk aan dan een gebouw. Mensen moeten dus vooral beschermd worden tegen de neveneffecten van een explosie, zoals scherfwerking of instorting.    
  Scherfwerking Is te voorkomen dat mensen worden geraakt door rondvliegende scherven? Is te voorkomen dat mensen worden geraakt door rondvliegende scherven? Is te voorkomen dat mensen worden geraakt door rondvliegende scherven?
  Instorting Is te voorkomen dat de beoogde locatie instort voorafgaand of tijdens de periode dat mensen er dekking zoeken? Is te voorkomen dat de vluchtweg instort of wordt geblokkeerd (door instortende omgeving) voorafgaand of tijdens de periode dat mensen er gebruik van moeten maken Is te voorkomen dat de beoogde locatie instort voorafgaand of tijdens de periode dat mensen er schuilen?

 

Gevaar Maatstaf Dekking zoeken Vluchten Schuilen
Gifwolk Concentratie Blijft de concentratie giftige stof in de (totale) voorziene verblijfstijd van mensen onder de levensbedreigende waarde? Houd rekening met de opbouwtijd en de verblijfstijd (zie ook methode bepalen relevante concentratie voor de begrenzing van het gifwolk aandachtsgebied). Blijft de concentratie giftige stof in de (totale) voorziene vluchttijd van mensen onder de levensbedreigende waarde (buiten)? Blijft de concentratie giftige stof in de (totale) voorziene verblijfstijd van mensen boven de levensbedreigende waarde? Houd rekening met de opbouwtijd en de verblijfstijd.

Een aantal maatregelen wordt voorgeschreven in algemene regels, zoals de technische bouweisen in het BblBesluit bouwwerken leefomgeving. Op grond van artikel 4.7, eerste lid, van de Omgevingswet kan op aanvraag toestemming worden verleend om in plaats daarvan een gelijkwaardige maatregel te treffen. Het stappenplan gelijkwaardigheid gaat in op de toepassing van dit gelijkwaardigheidsprincipe.

Generieke maatregelen

Maatregelen die proactief toegepast kunnen worden aan het begin van ontwerpprocessen, als een vorm van 'safe-by-design', worden generieke maatregelen genoemd. Bij elk type gevaar kunnen generieke maatregelen helpen om de gevolgen van een ongeval te verminderen en zo de noodzaak voor aanvullende bescherming te beperken. Voorbeelden van generieke maatregelen zijn het:

  • creëren van zoveel mogelijk afstand tussen het gevaar en de te beschermen omgeving. Het gaat dan om afstand in meters, maar ook in tijd door er voor te zorgen dat het gevaar en de kwetsbaarheid niet tegelijk aanwezig zijn;
  • verdelen van gebouwen in een gebied zodat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door minder kwetsbare gebouwen;
  • aanbrengen van duidelijke vluchtroutes en het beschikbaar hebben van voldoende communicatiemiddelen. 
     

Maatregelen

Uitleg maatregel

Afstand houden tot activiteit met gevaarlijke stoffen 

Dicht bij een ongeval met gevaarlijke stoffen is de kracht van een explosie het heftigst, de temperatuur en warmtestralingsintensiteit van een brand het hoogst en een gifwolk het minst verdund. Afstand houden is daarom zinvol voor het bieden van bescherming. Het gaat hierbij niet alleen om afstand houden tot buiten het aandachtsgebied, maar ook binnen een aandachtsgebied. Door functies waar mensen verblijven verder van de activiteit met gevaarlijke stoffen te plaatsen, wordt het aantal mensen en de tijdsduur dat mensen worden blootgesteld aan het risico op een ongeval met gevaarlijke stoffen beperkt. Afstand kan bijvoorbeeld worden gerealiseerd door het aanleggen van een groenstrook of parkeerplaats tussen gevaar en kwetsbaarheid.

Verdeling typen gebouwen

Het aantal mogelijk slachtoffers bij een ongeval kan worden beperkt door gebouwen zo te verdelen dat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door de minder kwetsbare gebouwen. 

Duidelijke vluchtroutes aanbrengen

Vluchtroutes maken het gemakkelijker voor mensen een gebied te verlaten. De vluchtroute moet duidelijk zichtbaar zijn en zich van de activiteit af richten. Daarnaast moet de route breed genoeg zijn om met meerdere mensen tegelijk te vluchten en vrij zijn van obstakels. Door rekening te houden met de positie en compositie van gebouwen kunnen er doorkijken gerealiseerd worden naar de veilige plek. Ook elk gebouw moet beschikken over een duidelijke vluchtroute. Communicatie is belangrijk om er bij een ongeval voor te zorgen dat er een veilige route wordt gevolgd.

Calamiteitenpad

Door het aanleggen van een calamiteitenpad langs de activiteit met gevaarlijke stoffen (route van spoor, weg en water) kunnen hulpdiensten de locatie goed bereiken.

Clusteren van activiteiten met gevaarlijke stoffen

Door activiteiten met gevaarlijke stoffen te clusteren wordt het efficiënter te investeren in veiligheidsmaatregelen. Daarnaast kan er bij de inrichting van de omgeving van het cluster gemakkelijker voor gezorgd worden dat functies met veel mensen verder van de activiteiten met gevaarlijke stoffen af worden gerealiseerd. 

Werkende communicatiemiddelen

Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Zendmasten moeten dus op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze door het ongeval niet beschadigd raken. 

Waarschuwingsmiddelen

Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat het Waarschuwings Alarmering Systeem de gehele bevolking bereikt (dit systeem wordt in de toekomst vervangen door NL-Alert). 
Waarschuwing van omwonenden kan ook via software op de mobiele telefoon. Informatie over het ongeval kan zo snel naar specifieke betrokkenen gestuurd worden. Aandachtspunt hierbij is hoe iedereen bereikt kan worden.

Bereikbaarheid hulpdiensten

Activiteiten met gevaarlijke stoffen en de te beschermen gebieden moeten bereikbaar zijn voor hulpdiensten. Gebieden moeten daarvoor door minimaal twee onafhankelijke, brede toegangswegen bereikbaar zijn, bij voorkeur een toegang in tegenovergestelde windrichtingen. Ook moeten vluchtroutes en aanrijdroutes van hulpdiensten worden gescheiden en moet alle bebouwing vanaf minimaal twee kanten bereikbaar zijn. Voor hulpdiensten moeten er voldoende opstelplaatsen zijn. De minimale eisen voor bereikbaarheid van hulpdiensten staan weergegeven in Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid van Brandweer Nederland. 

Voorbereiden hulpdiensten

Hulpdiensten moeten op de hoogte zijn van de specifieke risico’s die er in een omgeving zijn door de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. Ook is het van belang dat het materieel van de hulpdiensten is afgestemd op de risico’s. Een brand bij een chemisch bedrijf zorgt immers voor andere uitdagingen dan een woningbrand. De randvoorwaarden voor een adequate ongevalsbestrijding maken onderdeel uit van de plannen van de veiligheidsregio.

Afstemming hulpdiensten

Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat deze hierbij kunnen aansluiten.  

Risicocommunicatie

Door te communiceren over de gevaren in een gebied en het handelingsperspectief dat geboden wordt tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen, worden mensen zich meer bewust van mogelijke risico’s en weten zij wat ze moeten doen bij een ongeval. Dit draagt bij aan de veiligheid. Van belang hierbij is eerlijke en open communicatie over de risico’s en structurele opvolging van de communicatie. Daarnaast moet de boodschap aansluiten bij de aanwezigen. Dit kan bereikt worden door het visualiseren van de boodschap door bijvoorbeeld een animatie, factsheet of grootschalige oefening.

Venstertijden

Door gebruik te maken van venstertijden voor activiteiten met gevaarlijke stoffen worden de activiteit met gevaarlijke stoffen en de kwetsbare activiteit in de tijd van elkaar zijn gescheiden. In de vergunning van een tankstation kan bijvoorbeeld worden vastgelegd dat LPG alleen ’s nachts aangeleverd mag worden. In eventueel omliggende kantoren zijn op dat moment geen mensen aanwezig zijn. De ’gevolgen van een ongeval worden hierdoor verkleind. 

Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen

Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten tijde van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden ook bereikbaar en inzetbaar zijn. 

Oefenen

Door rampoefeningen te houden, worden mensen zich bewust van de risico’s, wordt de zelfredzaamheid vergroot en de inzet van hulpdiensten verbeterd.

Galerij / trappenhuis aan de achterzijde van een gebouw plaatsen

Door een galerij en/of centraal trappenhuis aan de achterzijde van het gebouw te plaatsen (gezien van het ongeval) vormt het gebouw zelf voor de mensen die vluchten of willen schuilen een bescherming tegen de gevolgen van het ongeval.

Corridorontsluiting

De corridorontsluiting is een gemeenschappelijke hal in flats. Vaak is dit een relatief ruim gebied dat gedurende langere tijd kan dienen als. 

Wokkeltrappenhuis

Een wokkeltrappenhuis bestaat uit twee trappenhuizen. Dit zijn aparte vluchtroutes die brandwerend van elkaar gescheiden zijn. Deze ontsluiting leent zich voor een gebouw waarbij een schuilmogelijkheid nodig is. De verkeersruimte voor het trappenhuis is een gebied dat omsloten wordt door woningen en op die manier gedurende langere tijd een veilige schuilplaats kan bieden. Via de uitgang van het trappenhuis aan de achterzijde van het gebouw, gezien vanuit het ongeval, kunnen de mensen zelf of met hulp het gebouw verlaten wanneer de omgeving voldoende veilig is.

 

Maatregelen tegen brand

De intensiteit en de tijdsduur van de warmtestraling bij brand bepalen de mate waarin maatregelen op een locatie tegen dit gevaar ook daadwerkelijk bescherming bieden. Een gebouw kan in principe veel meer warmtestraling weerstaan dan een mens. Bij mensen kunnen al verbrandingseffecten optreden tijdens een zonnige dag (1 kW/m2). Bij gebouwen is het gevaar van warmtestraling pas relevant bij een blootstelling aan 10 kW/m2 of meer. Dan kunnen binnenbranden ontstaan, bijvoorbeeld door vitrage of gordijnen die ontbranden. Hoe hoger de warmtestraling en hoe langer de blootstelling, hoe waarschijnlijker het is dat brand ontstaat. Bij een warmtestraling van meer dan 35 kW/m2 kunnen brandbare delen van de gebouwconstructie al na circa 20 seconden ontbranden. 
Welke maatregelen bescherming bieden, hangt af van hoeveel warmtestraling het gebouw op deze locatie kan bereiken. Zo is het relevant of het gebouw aan alle zijden wordt aangestraald, omdat de aanwezigen dan niet naar buiten kunnen vluchten. Als er een zijde is zonder warmtestraling (schaduw), dan kunnen mensen via deze kant het gebouw ontvluchten. Doordat bij een chemische brand zeer hoge temperaturen kunnen ontstaan is het belangrijk om na te gaan of de materialen die worden gebruikt niet bezwijken of ontbranden. Materialen die bescherming bieden tegen een 'normale' brand bieden niet perse dezelfde mate van bescherming bij een chemische brand.  In het stappenplan brandaandachtsgebied is ingegaan op de berekeningen van de omvang van het aandachtsgebied.

Fakkelbrand

Een fakkelbrand is een (tiental tot honderden) meters hoge fakkel veroorzaakt door een brandend gas, te vergelijken met een zeer grote versie van de vlam die uit een lasapparaat komt. Een fakkelbrand kan bijvoorbeeld ontstaan bij een breuk van een hogedrukaardgasleiding door graafwerkzaamheden of door het afbreken van een afsluiter van een tankwagen met LPG na een botsing. Het gevaar voor de omgeving wordt bepaald door de plaats van de gasontsnapping, de hoeveelheid en aard van het brandend gas en de hoogte en richting (bijvoorbeeld bij een falende tank) van de fakkel. De warmtestraling kan voor mensen gevaarlijk zijn tot op honderden meters vanaf de fakkel.  In het algemeen geldt: hoe hoger de vlam des te groter het getroffen gebied. Verder duurt een fakkelbrand langer als er een grotere hoeveelheid brandbaar gas aanwezig is; een fakkelbrand blijft aanhouden zolang de aanvoer van brandbaar gas nog niet is beëindigd. 

Handelingsperspectieven fakkelbrand

Voor het bieden van bescherming tegen fakkelbranden zijn de mogelijkheden beperkt. Over het algemeen zijn mensen bij een fakkelbrand binnenshuis beter beschermd dan buiten. Langdurige bescherming is in het gebied rondom de fakkel echter vrijwel onmogelijk, omdat de warmtestraling daar zo intens is dat alle brandbare materialen vrijwel direct ontbranden. Afhankelijk van de afstand tot de fakkelbrand, de ontwikkeltijd van het ongeval en de loopsnelheid kan vluchten naar een veilige plek (bijvoorbeeld een gebouw buiten het brandaandachtsgebied) bescherming bieden. Schaduwwerking van gebouwen biedt aanwezigen in de omgeving meer tijd om te vluchten naar veiligere plekken. 

Voorbeelden omgevingsmaatregelen fakkelbrand

Voor het bieden van bescherming tegen fakkelbranden zijn de mogelijkheden beperkt. Door het creëren van afstand wordt het gevaar kleiner. Daarnaast kan schaduwwerking van gebouwen worden gebruikt om de aanwezigen in de omgeving meer tijd te bieden om te vluchten naar veiligere plekken. 

Maatregelen Uitleg maatregelen
Creëren/benutten hoogteverschillen Door hoogteverschillen in de omgeving te creëren of te benutten kan schaduwwerking gerealiseerd worden. Dit biedt mensen meer tijd  om te vluchten naar veiligere plekken. Hoogteverschillen kunnen bijvoorbeeld gecreëerd worden door het aanbrengen van een wal of scherm. Aandachtspunt hierbij is dat wanneer ook het scenario explosie mogelijk is, een scherm door de drukgolf kan worden weggeblazen en daardoor mogelijk schade aanricht.
Bouwwerken als afscherming Ook door middel van bouwwerken, zoals gebouwen of tunnels, kan schaduwwerking gerealiseerd worden. Een gebouw  tussen de  activiteit met gevaarlijke stoffen en kwetsbare objecten/vluchtroutes kan dienen als afscherming. Hoogbouw zorgt voor de meeste afscherming. Anderzijds neemt het aantal mensen dat wordt blootgesteld aan het risico bij hoogbouw toe. Dit kan worden verminderd door te kiezen voor gebouwen met weinig aanwezigen of door door gebouwen waar de verblijfsduur van mensen korter is, of waarbij de verblijfstijd niet samenvalt met de activiteit. Zo kan een kantoorpand geplaatst worden tussen een spoorlijn (waarover alleen 's nachts gevaarlijke stoffen worden vervoerd) en een ziekenhuis. 
Bluswater Voor een adequate hulpverlening door de brandweer is het van belang dat voldoende bluswater aanwezig is bij de activiteit met gevaarlijke stoffen. De waterbron moet onderdeel zijn van een doorlopend watersysteem, zodat het water steeds wordt aangevuld. In niet alle gevallen is blussen met water een optie, vanwege de specifieke stoffen die bij de activiteit aanwezig zijn.

 

Plasbrand

Bij een plasbrand ontbrandt materiaal dat verdampt uit een laagje vloeistof. Een plasbrand kan bijvoorbeeld ontstaan wanneer een tankwagen met benzine open scheurt na een botsing. Het gevaar voor de omgeving wordt bepaald door de plaats, het oppervlak en de diepte van de plas met de brandbare vloeistof. Ook het soort vloeistof waar de plasbrand uit bestaat, is van belang; de brandbaarheid en de warmteontwikkeling verschilt per vloeistof. De vloeistof verbrandt aan het oppervlak, waardoor een ondiepe plas met een groot oppervlak sneller zal opbranden dan een diepe plas van dezelfde vloeistof met een klein oppervlak. De warmtestraling is voor mensen gevaarlijk tot op enkele tientallen meters vanaf de rand van de plas.

Handelingsperspectieven plasbrand

Bijeen plasbrand zijn mensen binnenshuis beter beschermd dan buiten. Voor mensen buiten kan vluchten naar een veilige plek (bijvoorbeeld een gebouw buiten het aandachtsgebied) bescherming bieden. Dit is afhankelijk van de afstand van de aanwezigen tot de plasbrand, de ontwikkeltijd van het ongeval en de loopsnelheid van de aanwezigen.
Mensen die zich tijdens een plasbrand in een gebouw binnen het aandachtsgebied bevinden, kunnen alsnog blootgesteld worden aan verschillende gevaren.  Zo kunnen ze door ruiten heen worden blootgesteld aan warmtestraling. Daarnaast kan er een secundaire brand ontstaan doordat het gebouw of interieur ontbrandt. Dit kan er toe leiden dat mensen naar buiten vluchten of dat het pand wordt ontruimd. Hierdoor worden mensen alsnog blootgesteld aan warmtestraling van de plasbrand. Tot slot kan een gebouw door warmtestraling instorten, bijvoorbeeld doordat de stalen constructie bezwijkt. Via omgevingsmaatregelen of aanvullende bouweisen kan extra bescherming worden geboden.

Voorbeelden omgevingsmaatregelen plasbrand

Ervaringen met het opvangen en afvoeren van hemelwater zijn bruikbaar voor bescherming van de omgeving tegen plasbranden. Uiteraard moet het specifieke risico van gevaarlijke stoffen hierbij onderkend worden. Het gaat nu niet om het behouden van droge voeten, maar het op afstand houden van de brandende vloeistofplas en het vertragen van de plasvorming om tijdwinst te boeken. 

Maatregelen

Uitleg maatregel

Creëren/benutten hoogteverschillen

Brandende vloeistoffen verspreiden zich naar het laagste punt in de omgeving. Door hoogteverschil aan te brengen, kan voorkomen worden dat de plasbrand zich kan verspreiden naar het te beschermen gebied. Hoogteverschillen kunnen gecreëerd worden door wallen of het op afschot leggen van oppervlak.

Scherm/keerwand aanbrengen

Een scherm met aaneengesloten funderingsvoet, keerwand of andere obstakels zoals een stoeprand kunnen brandende vloeistoffen stoppen voordat ze een gebied bereiken. Aandachtspunt hierbij is dat wanneer ook het scenario explosie mogelijk is een scherm door de drukgolf kan worden weggeblazen en daardoor mogelijk schade aanricht.

Ballastbed/greppel/(droge) bermsloot

Langs transportroutes voor gevaarlijke stoffen kunnen (brandende) vloeistoffen worden opgevangen in een ballastbed, greppel of (droge) bermsloot om verspreiding naar de omgeving tegen te gaan.

Riolering

Het rioolstelsel kan gebruikt worden voor snelle opvang van gevaarlijke stoffen. In het rioolstelsel dienen wel voorzieningen aangebracht te worden waardoor gevaarlijke stoffen zich niet vrij kunnen verspreiden. Daarbij is extra aandacht nodig voor mogelijke ontsteking met kans op brand en explosie. 

Bluswater

Voor een adequate hulpverlening van de brandweer is het van belang dat voldoende bluswater aanwezig is bij de activiteit met gevaarlijke stoffen. Door de waterbron onderdeel te laten zijn van een doorlopend watersysteem, wordt het water steeds aangevuld.

 

 

Bouwmaatregel

Uitleg maatregel

Metselwerk

De keuze van het metselwerk bepaalt de brandwerendheid van de gevel. 

Minerale wolisolatie

Minerale wolisolatie is onbrandbaar.

Brand- en hittewerende beglazing

Brand- en hittewerende beglazing bestaat uit gelaagd glas, samengesteld uit twee of meer lagen blank floatglas en één of meer speciale opschuimende tussenlagen. In geval van brand vormen deze tussenlagen een beschermend schild.  

Houten en stalen kozijnen

Houten en stalen kozijnen zijn getest voor een brandwerende toepassing. Kunststof kozijnen (zonder stalen vulling) zijn niet brandwerend.

Dakpannen

Dakpannen houden straling tegen en zijn onbrandbaar.

Gesprinkelde buitengevel

Bij een gesprinkelde buitengevel wordt water automatisch over de gevel gespoten in geval van een ongeval.

Bij branden met chemicaliën is de brandwerendheid van bouwmaterialen beperkter, omdat de temperaturen sneller hoger kunnen zijn dan de temperaturen uit de standaard brandkromme uit NEN-6069.  

Maatregelen tegen explosie

Een mens kan in principe meer overdruk weerstaan dan een gebouw. Dodelijke gevolgen van een explosie worden in bebouwde omgeving vooral veroorzaakt door de indirecte gevolgen, zoals scherfwerking (bijvoorbeeld door rondvliegend glas of puin). Mensen moeten bij een explosie dus vooral hiertegen beschermd worden. De mate waarin maatregelen bescherming bieden tegen het gevaar van drukgolven en scherfwerking of vliegvuil door een explosie, hangt af van de intensiteit van deze gevaren op een locatie. 
Vanaf ongeveer 2 kPa overdruk is ruitbreuk te verwachten. Ruitbreuk als gevolg van een explosie is relevant als de gebeurtenis samenvalt met een gifwolk of warmtestraling (|BLEVE). Doordat ruiten na de explosie niet meer aanwezig zijn, kunnen mensen in gebouwen blootgesteld worden aan binnendringende giftige stoffen of warmtestraling.
Bij een overdruk van 10kPa is, bij een standaard gebouw, de scherfwerking zodanig dat dodelijke slachtoffers zijn te verwachten. Het aanpassen van gebouwen of de omgeving kan beschermen tegen scherfwerking. Dit kan bijvoorbeeld door het afbuigen van de drukgolf, verankering van niet dragende muurdelen, het gebruik van gehard- of gelaagd glas of anti-scherffolie en het niet gebruiken van losliggende materialen die projectielen kunnen vormen (denk aan grind of dakpannen). 
Bij een overdruk van meer dan 30 kPa is het aannemelijk dat (delen van) gebouwen instorten. Maatwerk, zoals het verstevigen van het fundament, dragende muren en het dak, kan de kans op instorten verkleinen. Het stappenplan explosieaandachtsgebied gaat in op de berekeningen van de omvang van de aandachtsgebieden.
 

 
Drukgolf (kPa) >2 >10 >30
Gevolgen drukgolf in bebouwde omgeving Ruitbreuk met rondvliegend glas Scherfwerking met dodelijke slachtoffers       Gebouwen storten in
Mogelijkheden voor schuilen bij deze blootstelling Moderne gebouwen bieden bescherming tegen explosie. Door ruitbreuk kan de bescherming tegen brand en/of een gifwolk afnemen Moderne gebouwen zonder aanvullende bouwmaatregelen kunnen bescherming bieden
 
Aangepast gebouw kan bescherming bieden
Explosie

Een explosie is het vrijkomen van een drukgolf als gevolg van een chemische reactie of het bezwijken van een drukvat. De kracht van de vrijkomende drukgolf is bepalend voor het gevaar voor de omgeving. De drukgolf en het veroorzaakte vliegvuil (brokstukken/scherfwerking) kan tot op honderden meters gevaarlijk zijn voor mensen.

BLEVE
Een BLEVEboiling liquid expanding vapour explosion is een bijzonder soort explosie die zowel een drukgolf als warmtestraling veroorzaakt. De drukgolf komt vanaf het bezwijkende drukvat, bijvoorbeeld de tankwagen, en de warmtestraling komt vanaf de ‘opstijgende vuurbal’ (de warmte komt dus vaak van boven). De drukgolf bereikt de omgeving eerder dan de warmtestraling (wel vrijwel tegelijk). Die combinatie maakt dat zwakkere gebouwdelen, zoals ramen, kunnen bezwijken als gevolg van de drukgolf voorafgaand aan (en deels tijdens) de warmte-effecten. Deze delen bieden dan geen bescherming meer tegen de warmtestraling.

Handelingsperspectieven explosie

Bij een dreigende explosie waarbij voldoende tijd is om te vluchten, biedt verlaten van het gebied de meeste bescherming. In dergelijke gevallen is een goed waarschuwingssysteem en een geschikte vluchtweg het meest effectief.

Als onvoldoende tijd beschikbaar is om te vluchten kan bescherming geboden worden door op een zo groot mogelijke afstand van de bron van de explosie binnen te schuilen. Het is belangrijk dat het gebouw bescherming biedt tegen de te verwachten overdruk, hier kunnen bouwkundige maatregelen aan bijdragen. Bij schuilen kan worden gedacht aan de volgende maatregelen:

  • schuilen in de van het gevaar afgekeerde zijde van het gebouw;
  • sluiten van gordijnen;
  • verwijderd blijven van ramen;
  • voorkomen van ontstekingsbronnen (licht niet aan doen, uitschakelen verwarming etc.);
  • openen van ramen om schade door de drukgolf te vermijden (behalve bij een gecombineerd gevaar met brand of gifwolk).  

Wanneer aanvullend gevaar mogelijk is (brand of gifwolk), vraagt dit om specifieke aandacht omdat de maatregelen tegenstrijdig kunnen werken. Zo kan het openen van ramen bij een explosie scherfwerking voorkomen, maar vermindert het open raam de bescherming tegen warmtestraling en gifwolken.

Voorbeelden omgevingsmaatregelen explosie

De omgeving kan beschermd worden tegen een explosie door de richting van een drukgolf af te buigen, bijvoorbeeld door een wal. Een wal buigt niet alleen de drukgolf af, maar vangt ook een deel van het vliegvuil af. Een wal nabij de activiteit met gevaarlijke stoffen (barricade wall) biedt vooral bescherming tegen scherven en brokstukken. De wal wordt ingezet om bij een explosie de rondvliegende scherven/puin op te vangen.  Een wal nabij de risico-ontvanger (blast wall) beschermt tegen overdruk. Het gebied direct achter de wal ‘de schaduw’ kan gebruikt worden om te schuilen of als vluchtroute. Doordat de drukgolf over een wal heen gaat, is het drukverlagend effect verderop achter de wal beperkt. 

Of een maatregel geschikt is om een drukgolf om te buigen en vliegvuil af te vangen, hangt, naast de locatie van de wal ten opzichte van de bron van de explosie, af van de massa en het profiel van de maatregel. Een standaard geluidscherm heeft onvoldoende massa, maar speciaal ontworpen (geluid)wallen kunnen wel bescherming bieden tegen overdruk of vliegvuil. Ook kan bij het ontwerp van de omgeving het ontstaan van vliegvuil worden beperkt door zo min mogelijk gebruik te maken van losse, relatief lichte materialen (zoals grind op daken) die schade kunnen veroorzaken.

Hoe moeilijk het is om de drukgolf af te buigen hangt af van de kracht en hoogte van de kern van de explosie. Een explosie op maaiveldhoogte verspreidt zich opzij en omhoog, waardoor afbuigen mogelijk is. Bij een explosie hoog boven het maaiveld verspreidt de drukgolf zich in alle richtingen; de drukgolf verspreidt zich dus niet alleen horizontaal, maar daalt ook neer op de omgeving. Afbuigen van een dergelijke neerdalende drukgolf is (vrijwel) onmogelijk. Ook de afstand en het type omgeving (hoog of laagbouw) spelen een belangrijke rol. In een stedelijke omgeving breekt de eerstelijnsbebouwing een deel van de kracht van de explosie. Daarmee ontstaat bescherming voor de volgende lijn. De mate waarin bescherming ontstaat, is echter afhankelijk van veel factoren. Zo kan omliggende bebouwing drukreflecties geven waardoor het schadepatroon onvoorspelbaar wordt.

Beschermen van de omgeving tegen een BLEVE kan door gebruik te maken van het feit dat de drukgolf vanaf een andere plek komt dan de warmtestraling. Door het dempen/afbuigen van de drukgolf kan ervoor worden gezorgd dat zwakke gebouwdelen niet bezwijken. Het doel van deze maatregel is om te zorgen dat de zwakke gebouwdelen nog bescherming kunnen bieden tegen de warmtestraling afkomstig van de vuurbal. In het geval van nieuwbouw zal dan binnen voldoende bescherming mogelijk zijn tegen de kortdurende warmtestraling van de BLEVE. Bescherming bieden tegen de drukgolf werkt hetzelfde als bij een normale explosie

Voorbeelden omgevingsmaatregelen explosie

Maatregelen

Uitleg maatregel

Gebouwen op afstand van elkaar realiseren

Door gebouwen op afstand van elkaar te realiseren vormen deze geen wand. Bij een explosie kan een ‘wand’ van gebouwen de volledige drukgolf opvangen en daardoor instorten. Aandachtspunt is dat de drukgolf tussen gebouwen getrechterd kan worden naar het achterliggende gebied, waar de drukgolf versterkt/geconcentreerd kan worden en meer schade kan veroorzaken.

Objecten loodrecht op bron plaatsen

Door objecten loodrecht op de activiteit met gevaarlijke stoffen te plaatsen, met de kortste zijde aan de kant van de activiteit, wordt het grootste deel van de gevels beschermd tegen de frontale effecten van een drukgolf.

Obstakelvrije ruimte tussen bron en bebouwing

Een obstakelvrije ruimte tussen de activiteit met gevaarlijke stoffen en het te beschermen object/gebied beperkt rondvliegend puin bij een explosie.

Aarden wal aanbrengen

Door een aarden wal aan te brengen tussen de activiteit met gevaarlijke stoffen en het te beschermen object/gebied wordt het object/gebied bij een eventuele explosie enerzijds afgeschermd van rondvliegende scherven/puin en anderzijds wordt de drukgolf afgebogen.  Een wal nabij de activiteit met gevaarlijke stoffen kan bij een explosie de rondvliegende scherven/puin opvangen. Een wal dichter bij het te beschermen object/gebied kan bescherming bieden tegen de overdruk. Doordat de drukgolf over een wal heen gaat, heeft de wal op grotere afstand geen drukverlagend effect.

Bouwwerken als afscherming

Door middel van eerstelijns bebouwing wordt een deel van de kracht van de explosie gebroken. Daarmee ontstaat bescherming voor de volgende lijn. Eerstelijns bebouwing waar de verblijfsduur van mensen korter is, of waarbij de verblijfstijd niet samenvalt met de activiteit met gevaarlijke stoffen, kan als afscherming geplaatst worden tussen de activiteit en kwetsbare objecten/vluchtroutes. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het plaatsen van een kantoorpand tussen een spoorlijn (waar alleen ’s nachts vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt) en een ziekenhuis. Hoogbouw zorgt voor de meeste afscherming. Anderzijds zorgt het realiseren van hoogbouw nabij de activiteit met gevaarlijke stoffen voor een toename van het aantal mensen dat wordt blootgesteld aan het risico op een ongeval met gevaarlijke stoffen.

 

Voorbeelden bouwkundige maatregelen explosie

Voorbeelden van bouwmaatregelen ten behoeve van bescherming tegen een explosie van buitenaf

Bouwmaatregelen

Uitleg maatregel

Materiaalkeuze

Om mensen te beschermen tegen de gevolgen van een explosie zijn materialen die geen scherfwerking geven, zoals daktegels, beter dan materialen die wel scherfwerking geven, zoals glas, vliesgevel of grind.

Dikke gevel

Een dikkere gevel kan bescherming bieden tegen een explosie.

Stevige wanden

Wanden voorzien van blastproof wallpaper kunnen het risico op verwondingen door rondvliegend puin beperken.

Stevige gevel

Door de gevel te bekleden met cortenstaal kan deze explosiebestendig gemaakt worden.

Gesprinkelde buitengevel

Bij een gesprinkelde buitengevel wordt water automatisch over de gevel gespoten in geval van nood.

Explosiewerend glas

Explosiewerende gelaagde veiligheidsbeglazingen blijven op hun plaats in de sponning na een schokgolf als gevolg van een explosie van buitenaf.

Glas is één van de zwakste schakels van een bouwwerk wanneer het wordt blootgesteld aan een drukgolf. Om de mate van bescherming van glas te beoordelen, is het van belang niet alleen te kijken naar de eigenschappen van het glas zelf, maar ook naar:

  • hoe de krachten die op het glas komen worden overgebracht op het kozijn;
  • hoe de krachten die op het kozijn komen, worden overgebracht op het binnen- en buitenblad van de gevel;
  • wat de weerstand is die de gevel zelf kan bieden;
  • hoe de hoofddraagconstructie de extra belasting van de gevel kan opvangen;
  • wat de meest ideale vorm van de kapconstructie is in het kader van weerstand tegen explosies. 

Maatregelen tegen gifwolk

Een vrijgekomen gifwolk kan leiden tot bloostelling aan giftige stoffen. De giftigheid (toxiciteit) en de blootstellingsduur bepalen de effectiviteit van mogelijke maatregelen. In Nederland wordt het niveau van gevaar geschat met behulp van rampeninterventiewaarden voor gevaarlijke stoffen. Op basis hiervan kunnen beslissingen genomen worden over opschaling van de rampenbestrijdingsorganisatie, maatregelen ter bescherming van de bevolking en de communicatie met de bevolking. Er zijn drie interventiewaarden: de voorlichtingswaarde (VRW), de alarmeringsgrenswaarde (AGW) en de levensbedreigende waarde (LBW). Voor de begrenzing van het gifwolkaandachtsgebied is de LBW van belang. De LBW is de luchtconcentratie waarboven mogelijk sterfte of levensbedreigende aandoeningen kunnen ontstaan.
De afstand tot waar gifwolken bedreigend kunnen zijn voor de omgeving, kan sterk variëren. De mate waarin de in de gifwolk aanwezige stof dodelijk is, bepaalt de afstand tot waar gevolgen zijn te verwachten. Daarbij speelt een rol hoeveel van de stof vrij komt en of de stof lichter of zwaarder is dan lucht. De afstand kan variëren van een tiental meters tot enkele kilometers bij het vrijkomen van een grote hoeveelheid, zeer giftige vloeistof of giftig gas. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft beleidsmatig gekozen om het gifwolkaandachtsgebied te begrenzen op een maximale afstand van 1,5 km vanaf de activiteit. Buiten deze beleidsmatig begrensde aandachtsgebieden kunnen zowel binnen als buiten gebouwen nog doden en gewonden vallen. Deze informatie volgt uit de berekeningen voor het aandachtsgebied volgens het stappenplan gifwolkaandachtsgebied.

Gifwolk

Een gifwolk is een ‘wolk’ met een zodanige concentratie van giftige stoffen dat mensen vergiftigd worden. De locatie van de gifwolkontsnapping, de hoeveelheid en de toxiciteit van de giftige stof zijn bepalend voor het gevaar voor de omgeving. Een gifwolk is voor mensen gevaarlijk op honderden tot duizenden meters afstand van de bron. Een gifwolk kan op twee manieren ontstaan:
1. Een gifwolk ontstaat geleidelijk wanneer er een giftige vloeistof vrijkomt. Deze vloeistof zal zich over de grond verspreiden, waarna uitdamping plaatsvindt;
2. Een gifwolk kan ontstaat doordat de giftige stof direct als gas ontsnapt bij een ongeval.

Voor de duiding van de betekenis van een gifwolkaandachtsgebied zijn de volgende inhoudelijke punten van belang:

  • De afstand waarover de gifwolk zich verspreidt, zorgt ervoor dat de giftige stof wordt verdund en daardoor minder dodelijk is. Deze verdunning gaat steeds langzamer: de afstand benodigd om de concentratie te verdunnen van 10 naar 1 procent is veel groter dan de afstand benodigd voor verdunnen van 20 naar 10 procent;
  • De windrichting en het weertype hebben een doorslaggevende invloed op de verspreiding van een giftige wolk: bij stabiel weer met weinig wind kunnen de levensbedreigende gevolgen veel verder reiken dan bij harde wind en onstuimig weer;
  • Het aandachtsgebied is min of meer cirkel- of ovaalvormig, doordat rekening gehouden moet worden met alle mogelijke windrichtingen. De windrichting tijdens een werkelijk ongeval bepaalt echter in welke richting de gifwolk zich verspreidt, waardoor alleen de mensen die zich in dat deel van het (potentiële) effectgebied bevinden, daadwerkelijk gevaar lopen.
Voorbeelden handelingsperspectieven gifwolk

Bij een (dreigende) gifwolk is de meest effectieve vluchtweg loodrecht op de wind. Voor aanwezigen kan het echter lastig zijn om in het veld de windrichting vast te stellen.

Door binnen te schuilen kan de blootstelling aan gevaarlijke stoffen bij het vrijkomen van een gifwolk drastisch worden gereduceerd. Er zijn drie soorten handelingen bij schuilen te onderscheiden:

1. Ramen en deuren sluiten. Dit is de meest effectieve maatregel. Hierdoor kunnen schadelijke stoffen minder snel naar binnen dringen. De maatregel is makkelijk uitvoerbaar en communiceerbaar;
2. Schuilen in een afgesloten inpandige of aan de lijzijde gelegen kamer. Schuilen in een inpandige kamer of een kamer aan de lijzijde levert aanvullende bescherming op. Dit handelingsperspectief is echter lastiger te communiceren. Het is namelijk lastig om uit te leggen wat de lijzijde is. Dit hangt af van de windrichting en die is voor mensen soms lastig te bepalen. Daarnaast biedt dit handelingsperspectief vooral extra bescherming wanneer andere deuren gesloten zijn en kan het zijn dat mensen enkele uren in de ruimte moeten verblijven, waar mogelijk geen toilet, eten, drinken, radio of tv voor handen is. In kleine ruimtes kunnen bovendien verhoogde CO2 concentraties tot gezondheidsproblemen leiden. Dit pleit er voor om dit handelingsperspectief alleen in zeer bijzondere gevallen te communiceren, bijvoorbeeld wanneer grote gezondheidsschade kan ontstaan;
3. De natuurlijke en mechanische ventilatie in het gebouw zoveel mogelijk beperken. Door het uitschakelen van de mechanische ventilatie en  het afsluiten/afdichten van de afvoerkanalen kan verdere bescherming worden geboden. Niet iedereen weet echter waar de afvoerkanalen zitten en de mechanische ventilatie is ook niet in ieder gebouw uit te schakelen.

Aanvullend op deze maatregelen kunnen persoonlijke beschermingsmiddelen extra bescherming bieden. Bij een gifwolk is vooral adembescherming van belang. Het gebruik van persoonlijke bescherming biedt echter beperkte mogelijkheden voor vluchten door een gevaarlijke atmosfeer. Persoonlijke bescherming biedt alleen voldoende bescherming bij een juiste wijze van gebruik; dat vergt enige mate van opleiding en oefening. Daarnaast zijn deze middelen niet zonder meer toepasbaar voor alle mogelijke chemicaliën, is de gebruiksduur stof- en concentratieafhankelijk (hetgeen voor de meeste gebruikers niet toetsbaar is) en hebben ze ook ongebruikt een beperkte houdbaarheidsduur. Tenslotte moeten de middelen beschikbaar zijn op de plaats en tijd van het ongeval en in het gebied waar de effecten te verwachten zijn.

Voorbeelden omgevingsmaatregelen gifwolk

Voor het beschermen van de omgeving tegen giftige vloeistoffen kan aangesloten worden bij de maatregelen tegen plasbranden.  Als verfijning van de bij een plasbrand beschreven maatregelen dient, bijvoorbeeld in samenspraak met de veiligheidsregio, bepaald te worden of een locatie de mogelijkheid biedt om de mate van uitdamping te beïnvloeden.

Indien een gifwolk zich in de omgeving verspreidt, is bescherming mogelijk door het houden van afstand en het voorkomen van binnendringing in gebouwen. Door het creëren van afstand wordt het gevaar kleiner. Daarnaast kunnen gebouwen worden gebruikt om te schuilen of als route om binnendoor te vluchten naar veiligere plekken.

Maatregelen

Uitleg maatregel

Obstakels toevoegen

Er kan geprobeerd worden om met obstakels (muren, bebouwing, bomen, etc.) de verspreiding van een gifwolk te vertragen, de gifwolk neer te slaan (waterscherm) of zodanig turbulentie te creëren dat de gifwolk mengt met omringende lucht (verdunnen). De mate waarin dat mogelijk is, wordt bepaald door het type giftige stof en is sterk afhankelijk van de atmosferische omstandigheden op het moment van de calamiteit.

Rekening houden met windrichting

De overheersende windrichting in Nederland is uit het zuidwesten. Bij een ongeval met giftige stoffen is de kans dus het grootst dat de vrijgekomen gifwolk zich verspreidt in noodoostelijke richting. Door kwetsbare functies niet in de overheersende windrichting vanaf een activiteit met gevaarlijke stoffen te plaatsen, kunnen slachtoffers mogelijk voorkomen worden.

 

Geen aanvullende bouwvoorschriften gifwolkaandachtsgebieden

In het Bbl zijn geen extra bouweisen opgenomen voor een gifwolkaandachtsgebied.  Vanwege energieverbruik moet nieuwbouw al bijna luchtdicht gebouwd worden, waardoor geen extra bouweisen te stellen zijn om te beschermen tegen een gifwolk.  Een gifwolkaandachtsgebied kan dan ook niet worden aangewezen als gifwolkvoorschriftengebied. Wel zijn in het Bbl generieke voorschriften voor nieuw te bouwen gebouwen opgenomen om onder andere de gevolgen van een gifwolkontsnapping te beperken. In het vierde lid van artikel 4.126 van het Bbl is geregeld dat een mechanische ventilatievoorziening bij een externe calamiteit handmatig moet kunnen worden uitgeschakeld (handmatig uitschakelen mechanische ventilatie). Deze voorschriften gelden onafhankelijk van een voorschriftengebied.