Dit deel van het Handboek omgevingsveiligheid gaat in op het begrip 'aandachtsgebieden’ en bevat de volgende onderdelen:

  • uitleg wat een aandachtsgebied is;
  • de begrenzing van aandachtsgebieden;
  • het bepalen van aandachtsgebieden;
  • het aanpassen van de omvang van een aandachtsgebied;
  • de aanwezigheid van meerdere aandachtsgebieden en gevaren.

Specifieke informatie over de toepassing en het daadwerkelijk bepalen of berekenen van aandachtsgebieden is te vinden in het stappenplan bepalen aandachtsgebieden.

Uitleg begrip aandachtsgebied

Aandachtsgebieden zijn gebieden waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevaren die in de omgeving kunnen optreden. Dat betekent dat zich, bij een ongeval, nog levensbedreigende gevolgen voor personen in gebouwen kunnen voordoen. Daarbij  is onderscheid gemaakt tussen drie soorten gevaren voor de omgeving: warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en concentratie giftige stoffen in de lucht (gifwolk). Het bepalen van een aandachtsgebied maakt direct zichtbaar welke gevaren in een gebied kunnen optreden. Hierdoor vormt het aandachtsgebied een instrument voor bedrijf, bestuurder en burger om het gesprek over veiligheid en bescherming te starten.

Er zijn drie typen aandachtsgebieden:

  • brandaandachtsgebied;
  • explosieaandachtsgebied;
  • gifwolkaandachtsgebied.

Aandachtsgebieden zijn gebieden waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevaren die in de omgeving kunnen optreden. Voorbeelden zijn warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en concentratie giftige stoffen in de lucht (gifwolk).  Aandachtsgebieden maken het inzichtelijk in welk gebied zich bij een ongeval bij een activiteit met gevaarlijke stoffen nog levensbedreigende gevolgen voor personen in gebouwen kunnen voordoen. Binnen de aandachtsgebieden is extra aandacht nodig om aanwezigen te beschermen tegen mogelijke ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen.

De aandachtsgebieden maken deze gevaren zichtbaar. Voor de bepaling van de aandachtsgebieden is uitgegaan van de bescherming die nieuwbouw en reguliere rampenbestrijding biedt. De gemeente beoordeelt of, en zo ja welke maatregelen nodig zijn om mensen in aandachtsgebieden voldoende te beschermen.

Op grond van het Bkl (artikel 5.15, lid 1) moet binnen een aandachtsgebied rekening worden gehouden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar, als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit met gevaarlijke stoffen.

Het beleidsdoel van het 'aandachtsgebied' is dat voorafgaand aan besluitvorming wordt nagedacht over de risico’s en de mogelijke effecten bij een incident bij de (vergunde) activiteit met gevaarlijke stoffen; onderdeel daarvan is het overwegen van maatregelen die nodig zijn om veiligheid voldoende te waarborgen en de fysieke leefomgeving en omgevingskwaliteit (milieu en gezondheid) voldoende te beschermen.

Animatie aandachtsgebieden

Begrenzing aandachtsgebieden

Buiten het aandachtsgebied zijn mensen binnenshuis in een standaard gebouw beschermd tegen de gevaren van brand, explosie en gifwolk. De begrenzing van aandachtsgebieden is vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het bevoegde gezag kan er voor kiezen om door middel van een aanvullende risicoberekening verschillende zones binnen (en buiten) het aandachtsgebied te onderscheiden en zo de maatregelen in die zones af te stemmen op de benodigde bescherming. De benodigde bescherming is afhankelijk van de bestuurlijke afweging over ' voldoende veilig'.

Begrenzing aandachtsgebied (art. 5.12 Bkl)
De begrenzing van de aandachtsgebieden is daar waar mensen binnenshuis in een standaard gebouw beschermd zijn tegen de gevaren van brand, explosie en gifwolk. De begrenzing van de aandachtsgebieden is vastgesteld in het Bkl:

  • Een brandaandachtsgebied is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een plasbrand of een fakkelbrand, de warmtestraling ten hoogste 10 kW/m2 is. (Bkl artikel 5.12, lid 1).
  • Een explosieaandachtsgebied is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot:
    a. een kokende vloeistof-gasexpansie-explosie (Boiling Liquid Expanding Vapor Explosion, BLEVE), de warmtestraling ten hoogste 35 kW/m2 is, en
    b. een explosie, anders dan onder a, de overdruk ten hoogste 10 kPa is. (Bkl artikel 5.12, lid 2).
  • Een gifwolkaandachtsgebied is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een gifwolk, personen in een gebouw overlijden door blootstelling aan ten hoogste de bij ministeriële regeling bepaalde vastgestelde concentratie van een gevaarlijke stof. (Bkl artikel 5.12, lid 3).
    Een gifwolkaandachtsgebied wordt begrensd door een afstand van 1,5 km als de afstand, bedoeld in het derde lid Bkl, groter is. (Bkl artikel 5.12, lid 4)

Onderscheid binnen aandachtsgebieden
Binnen een aandachtsgebied zijn verschillende zones  te onderscheiden die bepalend kunnen zijn voor de mate waarin het bevoegd gezag van oordeel is dat het bieden van bescherming zinvol, haalbaar en betaalbaar is. In algemene zin kan worden gesteld dat de kans dat een plek getroffen wordt afneemt wanneer de afstand van de risicobron toeneemt. Ook zal de impact van de calamiteit afnemen als de  afstand tot de risicobron toeneemt. Verder is voor bescherming tegen brand en gifwolk de blootstellingduur relevant. Bij aandachtsgebieden die zijn gebaseerd op risicoberekeningen is deze informatie direct af te leiden uit de berekening en daarmee beschikbaar om te worden meegewogen bij de besluitvorming van het bevoegd gezag over het voorschriftengebied, groepsrisico en gelijkwaardige beschermende maatregelen. Bij aandachtsgebieden die beleidsmatig zijn bepaald (basisnet) of afgekapt (gifwolk) kan het bevoegde gezag er voor kiezen om door middel van een aanvullende risicoberekening de verschillende zones binnen (en buiten) het aandachtsgebied te onderscheiden.

De grens van een brandaandachtsgebied ligt bij een berekende warmtestraling als gevolg van een brand met gevaarlijke stoffen die gelijk is aan of groter is dan 10 kW/m2 (Bkl artikel 5.12, lid 1). De beleidsmatige keuze voor de grens van het brandaandachtsgebied is gebaseerd op de pragmatische aanname van de veiligheidsregio’s dat bij het (langdurig) blootstellen van een standaard, modern gebouw aan een warmtestraling van minder dan 10 kW/m2 geen brand ontstaat aan of in het gebouw.

Afhankelijk van het type activiteit zijn er in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden specifiek te berekenen.

Een explosieaandachtsgebied is het gebied waar de berekende overdruk als gevolg van een explosie van gevaarlijke stoffen gelijk is aan of groter is dan 10 kPa (0,1 bar). Bij de berekeningen wordt uitgegaan van de modelscenario’s zoals gehanteerd voor het berekenen van het plaatsgebonden risico. De grens van het aandachtsgebied is beleidsmatig gekozen, met de aanname dat een standaardgebouw bij een dergelijke overdruk wel beschadigd raakt, maar niet bezwijkt; bij overdruk vanaf 10 kPa worden de mensen in een standaard gebouw blootgesteld aan scherfwerking (bijvoorbeeld rondvliegend glas). Bij Boiling Liquid Expanding Vapor Explosions (BLEVE’s) is het aandachtsgebied in het Bkl begrensd op 35 kW/m2.

Afhankelijk van het type activiteit zijn er in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden specifiek te berekenen.

Een gifwolkaandachtsgebied is het gebied waar de berekende concentratie van gevaarlijke stoffen in de omgeving als gevolg van een wolk met giftige stoffen, binnenshuis tot de levensbedreigende waarde (LBW) reikt. Hierbij is uitgegaan van een blootstelling van 30 minuten.

Beleidsmatig is gekozen het gifwolkaandachtsgebied te begrenzen op een afstand van 1,5 km vanaf de locatie van de activiteit.

Meerdere aandachtsgebieden en gevaren

Sommige activiteiten met gevaarlijke stoffen hebben maar één type aandachtsgebied, alleen voor brand, explosie óf gifwolk.  Er zijn ook activiteiten met gevaarlijke stoffen die meerdere aandachtsgebieden veroorzaken, dus combinaties van brand, explosie en/of gifwolk. Een activiteit met gevaarlijke stoffen kan dus maximaal drie soorten aandachtsgebieden veroorzaken. Bij een overlap van aandachtsgebieden zijn er meerdere gevaren die in dat gebied kunnen optreden waar bij de keuze voor de inrichting van het gebied en het treffen van maatregelen rekening mee gehouden moet worden.

Meerdere activiteiten

Er kunnen in een gebied meerdere gevaren ontstaan doordat er meerdere activiteiten met elk een eigen gevaar worden uitgevoerd. Een voorbeeld daarvan is een bedrijf waar brandbare vloeistoffen worden opgeslagen en met giftige gassen wordt gewerkt. In een dergelijke situatie brengen de activiteiten een brandaandachtsgebied en een gifwolkaandachtsgebied met zich mee.

Combinaties van gevaren

Er kunnen ook meerdere gevaren in een gebied ontstaan vanwege scenario’s met een combinatie van gevaren. Zo kunnen brandbare, giftige gassen aanleiding geven voor zowel een brandaandachtsgebied als een gifwolkaandachtsgebied. Een brand kan ook in combinatie met een explosie plaatsvinden, zoals bij een zogenaamde BLEVE waarbij een houder met tot vloeistof verdicht gas, onder druk bezwijkt, wat leidt tot een vuurbal en overdruk-effecten. Het gas hoeft niet brandbaar te zijn, maar de meest bekende praktijkvoorbeelden van een BLEVE zijn explosies met brandbare gassen, zoals propaan.

Bepalen aandachtsgebieden

Tegen elk van de genoemde gevaren is tot op een andere afstand bescherming nodig. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld, of zijn deze afstanden te berekenen. In bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving is voor een aantal activiteiten met gevaarlijke stoffen aangegeven wat de omvang van het aandachtsgebied is. Het gaat hierbij om de activiteiten bedoeld in artikel 5.13, lid 1, onder a, zoals een opslagtank voor gassen en LPG-tankstations. Voor de activiteiten bedoeld in artikel 5.13, lid 3 worden de brand- en explosieaandachtsgebieden aangewezen en geometrisch begrensd bij ministeriële regeling. Dit betreft onder meer vervoer van gevaarlijke stoffen over (spoor)wegen die behoren tot het basisnet. Voor het basisnet water zijn nog geen aandachtsgebieden vastgesteld. Hierover vindt nadere besluitvorming plaats die mogelijk via een apart wijzigingsbesluit tot aanvulling van het Bkl leidt. Voor overige activiteiten volgt de aard en omvang van de aandachtsgebieden uit een risicoanalyse volgens het stappenplan bepalen aandachtsgebieden die in dit handboek is beschreven. Zo is geregeld dat de aandachtsgebieden overal in Nederland op dezelfde manier worden vastgesteld.

Bepalen en bekendmaken aandachtsgebieden

Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor het bepalen en bekendmaken van aandachtsgebieden. Een aandachtsgebied geldt zodra een risicovolle activiteit (overeenkomstig een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit of overeenkomstig het omgevingsplan of na een tijdig gedane melding) in werking is. Een aandachtsgebied hoeft dus niet eerst in het omgevingsplan te worden aangewezen om te gelden.

Aandachtsgebieden en het digitaal stelsel omgevingswet (DSO)

Aandachtsgebieden moeten zichtbaar zijn voor elke burger en initiatiefnemer. Uiteindelijk zullen de aandachtsgebieden digitaal worden ontsloten via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het bevoegd gezag zorgt daarvoor. Door de aandachtsgebieden op de kaart te zetten, is direct voor iedereen helder waar extra bescherming nodig kan zijn tegen brand, explosie of gifwolk.

Invloed van kans en effect op aandachtsgebieden

Aandachtsgebieden zijn een kenmerk van een activiteit met gevaarlijke stoffen. De aard en omvang van aandachtsgebieden wordt bepaald door effecten van een scenario (namelijk warmtestraling, overdruk of concentratie gevaarlijke stoffen in de lucht) en niet door de kans. Maatregelen die ingrijpen op de effecten, beïnvloeden de omvang van het aandachtsgebied. Voorbeelden hiervan zijn een verandering in de omvang van insluitsystemen en het gebruik van andere stoffen die niet giftig of brandbaar zijn. Effectieve maatregelen die de kans op een ongeval verkleinen, verkleinen de kans op schade en op doden en gewonden door een ongeval in de omgeving. Deze maatregelen hebben echter geen invloed op de aard en omvang van de aandachtsgebieden,  zolang de kans op een ongeval, conform de regels voor kwantitatieve risicoanalyse of volgens de door het ministerie aangewezen afstanden, aanwezig blijft.

Het bevoegde gezag maakt en motiveert in de omgevingsvisie en het omgevingsplan een keuze over wat voldoende veilig is en hoe gezondheid en milieu worden beschermd. Hierbij is het mogelijk om ook de kans op een ongeval en mogelijke maatregelen die deze kans beperken, te betrekken in de bestuurlijke afweging. Dit is een invulling van de vereiste evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan (artikel 1.3 en 3.2 Omgevingswet).

Ruimte maken voor nieuwe activiteiten

Aandachtsgebieden hebben hun werking in de ruimtelijke ontwikkeling. Bij ruimtelijke initiatieven is het van belang dat de in het omgevingsplan gereserveerde aandachtsgebieden over een periode van 10 tot 20 jaar vastliggen. De criteria voor het aandachtsgebied zijn dan ook zodanig gekozen dat deze in de tijd zo weinig mogelijk veranderen. Aandachtsgebieden kunnen echter wel veranderen. Dit gebeurt zodra er een activiteit met een ander gevaar wordt toegevoegd, wanneer er een stof met een andere impact gebruikt gaat worden of wanneer de aanwezige volumes van de gevaarlijke stoffen sterk veranderen.

In het omgevingsplan worden de beschermingsdoelstellingen uit de omgevingsvisie verder uitgewerkt. Hierbij heeft het bevoegd gezag bestuurlijke afwegingsruimte om regelgeving toe te spitsen op de lokale situatie en de lokale ambities. In het omgevingsplan kan het bevoegd gezag kiezen voor het reserveren van ruimte voor aandachtsgebieden, zodat risicovolle activiteiten kunnen uitbreiden ofwel nieuwe activiteiten kunnen worden toegevoegd. Hiermee kan worden voldaan aan groeiambities zonder het omgevingsplan te hoeven wijzigen. Een integrale bestuurlijke afweging bij het omgevingsplan, waarin het waarborgen van veiligheid en bescherming van gezondheid en milieu terugkomen, kan ervoor zorgen dat dit niet bij iedere omgevingsvergunning afzonderlijk geregeld hoeft te worden.

De gemeente kan in het omgevingsplan een bedrijf meer ruimte geven dan het bedrijf op grond van de geldende omgevingsvergunning heeft door grotere aandachtsgebieden vast te leggen dan dat op basis van het Bkl is bepaald, of is berekend. De gemeente kan dit doen om ervoor te zorgen dat het bedrijf risicovolle activiteiten kan uitbreiden en daarmee kan voldoen aan de groeiambities zonder het omgevingsplan te hoeven wijzigen. Daarnaast kan de gemeente in het omgevingsplan ruimte reserveren voor nieuwe, nog niet concreet voorziene risicovolle activiteiten, door op bepaalde locaties aandachtsgebieden toe te laten terwijl hier geen activiteiten met gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, bijvoorbeeld voor de (her)ontwikkeling van een bedrijventerrein. Het besluit of het wenselijk is om ruimte te reserveren voor (de uitbreiding van) risicovolle activiteiten is een integrale afweging. Bij deze afweging dient rekening gehouden te worden met de bescherming van aanwezige en geprojecteerde bebouwing, de economische belangen van gewenste risicobronnen of de groeiambities van bestaande risicobronnen en mogelijke overige milieubelangen. Door het reserveren van ruimte voor aandachtsgebieden in het omgevingsplan stelt de gemeente, naast dat ze ruimte biedt voor de uitbreiding of vestiging van risicovolle activiteiten, grenzen aan de mogelijke reikwijdte van de gevolgen die bij een ongeval met gevaarlijke stoffen zouden kunnen optreden.

De gemeente kan de in het omgevingsplan toegelaten aandachtsgebieden voorzien van het stempel voorschriftengebied als men daarnaast toch nieuwe gebouwen wil toelaten in dat gebied (waarvoor een initiatiefnemer dan gebonden is aan de bouweisen in het Bbl). Dit is geregeld in artikel 5.14, eerste lid van het Bkl. Vanzelfsprekend kan een gemeente ook bepaalde functies in dat gebied uitsluiten, bijvoorbeeld nieuwe kwetsbare gebouwen en locaties of nieuwe zeer kwetsbare gebouwen.

Naast dat de gemeente in een omgevingsplan grotere aandachtsgebieden kan vastleggen, kan de gemeente er ook voor kiezen gebieden aan te wijzen waar zij geen aandachtsgebieden mogelijk wil maken. Hiermee wordt voorkomen dat (geprojecteerde) te beschermen gebouwen en locaties in de (gereserveerde) aandachtsgebieden van de (nieuwe) activiteit kunnen komen te liggen, waardoor ook geen aanvullende beschermingsmaatregelen getroffen hoeven te worden.

Onderstaand worden twee voorbeelden gegeven van ruimtelijke ontwikkelingen, waarbij kort wordt aangegeven hoe aandachtsgebieden en voorschriftengebieden hierbij een rol kunnen spelen.

De bouw (of uitbreiding) van een (nieuwe) risicobron
 Bij het initiatief voor een nieuwe risicobron of uitbreiding van een bestaande risicobron, moet in het kader van omgevingsveiligheid worden bepaald wat de omvang van het aandachtsgebied is. De omvang van het aandachtsgebied wordt bepaald aan de hand van bijlage VII van het Bkl. Hierin zijn een voor groot aantal categorieën activiteiten met externe veiligheidsrisico’s vaste afstanden voor aandachtsgebieden opgenomen. Waar geen vaste afstanden gelden, moeten de aandachtsgebieden volgens een vastgestelde rekenmethode worden berekend  met het stappenplan in dit Handboek. Wanneer de omvang van het aandachtsgebied is bepaald, moet worden beoordeeld of het aandachtsgebied past in het omgevingsplan. Dit is het geval als de gemeente in het omgevingsplan ruimte heeft gereserveerd voor toekomstige risicovolle activiteiten en aandachtsgebieden. Wanneer een initiatiefnemer een activiteit wil aanvragen die niet past binnen het omgevingsplan, kan (door de gemeente) worden bekeken of de benodigde extra ruimte mogelijk te maken is door aanpassing van het omgevingsplan. Ook het Rijk en de provincie hebben de mogelijkheid om via een projectbesluit direct aanpassingen te maken in het omgevingsplan.

De bouw van een (beperkt/zeer) kwetsbaar object
 Bij het initiatief voor een (beperkt/zeer) kwetsbaar object moet beoordeeld worden of de ontwikkeling past in het omgevingsplan. Passen betekent in eerste instantie dat het omgevingsplan de geïnitieerde ruimtelijke ontwikkeling (bijv. woningen, een school, een ziekenhuis) toestaat in het betreffende gebied. Daarnaast kunnen er voorwaarden zijn gesteld aan de bouw van het kwetsbaar object op het gebied van bescherming.

Wanneer het omgevingsplan de bouw van het betreffende type object toestaat, moet worden nagegaan of het kwetsbare object in een aandachtsgebied is beoogd en of dit aandachtsgebied is aangewezen als voorschriftengebied. Het voorschriftengebied is altijd van toepassing voor zeer kwetsbaar objecten (zoals een ziekenhuis of kinderdagverblijf) wanneer deze in een brand- of explosieaandachtsgebied zijn voorzien. Als het voorschriftengebied is aangewezen, betekent dit dat er aanvullende bouweisen gelden voor de initiatiefnemer van het te bouwen object (artikel 4.90 tot en met 4.96 van het Bbl, zie stappenplan aanwijzen en toepassen van een voorschriftengebied). Op basis van het gelijkwaardigheidsbeginsel (artikel 4.7 Omgevingswet) kan de initiatiefnemer een aanvraag indienen om in plaats van een bouwmaatregel een gelijkwaardige maatregel (bijvoorbeeld een omgevingsmaatregel) te treffen waarmee ten minste hetzelfde resultaat wordt bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd, zie hiervoor het betreffende stappenplan in dit Handboek. Wanneer geen voorschriftengebied is aangewezen, gelden voor (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties niet de aanvullende bouweisen, maar moet op basis van artikel 5.15 Bkl wel rekening gehouden worden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit, zie hiervoor het betreffende stappenplan in dit Handboek.

Naast aanwijzing van een voorschriftengebied, kan het omgevingsplan andere doel- en of middelvoorschriften bevatten waaraan de initiatiefnemer moet voldoen om de vergunning verleend te krijgen. Wanneer de initiatiefnemer in zijn plan voor de vergunningaanvraag kan aantonen aan de voorwaarden uit het omgevingsplan te kunnen voldoen, kan de omgevingsvergunningsvergunning worden verleend.
 Wanneer een initiatiefnemer een activiteit wil aanvragen die niet past binnen het omgevingsplan, kan (door de gemeente) worden bekeken of de benodigde extra ruimte mogelijk te maken is door aanpassing van het omgevingsplan.

Risicogebieden

Een bijzondere manier van ruimte reserveren voor risicovolle activiteiten is door middel van het toepassen van een risicogebied bij een chemisch cluster. Het gehele risicogebied wordt benaderd alsof het één risicovolle activiteit is, waarvan de PR 10-6 contour is gelegen op de begrenzing van het risicogebied. Als gevolg van de regels voor het plaatsgebonden risico zijn binnen de PR 10-6, en dus binnen het risicogebied, geen (zeer) kwetsbare objecten toegestaan en zijn beperkt kwetsbare objecten alleen na een goede motivatie toegestaan. Rondom het gehele chemisch cluster kan naast de omhullende PR 10-6-contour ook een omhullende, maximale contour van aandachtsgebieden gelegd worden, waar de aandachtsgebieden van de individuele bedrijven binnen moeten blijven. Voor de omgeving geldt in dit geval alleen de omhullende contour.

Meer informatie over het toepassen van een risicogebied is te vinden in het stappenplan aanwijzen en toepassen risicogebied externe veiligheid.

Decentraal omgevingsveiligheidsbeleid

In aanvulling op het verplichtingen die volgen uit de wet- en regelgeving kan het bevoegd gezag (in zover er discretionaire ruimte is geboden) ook een eigen beleid toepassen. Dergelijke beleidskeuzes komen voort uit de door het bevoegd gezag vastgestelde omgevingsvisie en kunnen worden vastgelegd in het omgevingsplan (gemeente) of de omgevingsverordening (provincie). Voorbeelden van dergelijke beleidskeuzes zijn:

  • Het rekenkundig bepalen van de kans per jaar dat een groep personen van een bepaalde grootte (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen om dit vervolgens toetsen aan een in het eigen beleid vastgestelde oriënterende waarde;
  • Mensen die zich in de open lucht bevinden, kunnen door het ontbreken van de bescherming van een gebouw ook buiten het aandachtsgebied onvoldoende veilig zijn tegen de effecten van ongevallen met gevaarlijke stoffen (artikel 5.12 Nota van toelichting Bkl). Het rekenkundig bepalen van de zone buiten de aandachtgebieden waar mensen die buiten verblijven (denk aan campings, evenementen, sportactiviteiten) bij een ongeval gevaar lopen en dit vervolgens toetsen aan een in eigen beleid vastgestelde uitgangspunten voor ruimtelijke ontwikkeling of hulpverlening. Door ook inzichtelijk te maken waar mensen die buiten verblijven bij een ongeval gevaar lopen, kan door het bevoegd gezag gemakkelijker gewaarborgd worden dat omgevingsmaatregelen getroffen worden om ook mensen bij de buitenactiviteit te beschermen.